Locomotorisch apparaat of Sarcomen
Sarcomen komen zelden voor (1 % van alle kankers). Ze vereisen een complexe en zeer specifieke aanpak en de ervaring van specialisten in de diagnostiek (radiologen, pathologen…) en de behandeling (chirurgen, radiotherapeuten en medische oncologen) die tijdens multidisciplinaire bijeenkomsten bepalen welke behandeling het meest geschikt is voor de patiënt en met de meest recente wetenschappelijke gegevens overeenstemt.
Jaarlijks worden er in het Kankercentrum van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc bijna honderd tumoren van de beenderen en steunweefsel behandeld. Dat cijfer vertegenwoordigt ongeveer 1/5 van alle, in België behandelde sarcomen.
De diagnose van sarcomen is complex omdat er zo veel verschillende vindplaatsen en kankertypes zijn. Sarcomen vormen namelijk een zeer uiteenlopende groep kankers.
Omdat ze zo uiteenlopend zijn en weinig voorkomen, zijn er niet veel teams die over de nodige ervaring beschikken om ze optimaal te behandelen.
Sarcomen worden op basis van hun oorsprong geklasseerd: het ‘osteosarcoom’ is een sarcoom dat zich in het bot heeft ontwikkeld, een ‘liposarcoom’ in de vetweefsels rond het bot en de spieren, een ‘rhabdomyosarcoom’, dat meer in de pediatrie voorkomt, ontwikkelt zich in de dwarsgestreepte spieren.
SYMPTOMEN EN DIAGNOSE
Sarcomen verschijnen vaak onder de vorm van een massa, een groter wordende ‘bol’. Die massa bevindt zich vaak in de dij of de knie, maar kan overal in het lichaam verschijnen.
Osteosarcomen kunnen aanhoudende pijn veroorzaken. Ze komen aan het licht op een röntgenfoto die genomen wordt om de oorsprong van de pijn vast te stellen. Soms wordt een botsarcoom bij een breuk vastgesteld.
Bij de andere soorten sarcomen is pijn eerder zelden een alarmsignaal. Ze kunnen in dit geval tot uiting komen door een uitbochting of door een lastige vervorming. De abnormale massa’s zacht weefsel in oppervlakkige vindplaatsen kunnen worden ontdekt met een echografie en in dieper gelegen plaatsen voornamelijk via magnetische resonantie.
Er is niet veel bekend over de oorzaken van sarcomen. In sommige gevallen is er sprake van genetische invloed.
Beeldvorming, microscopisch onderzoek en genetische analyse bepalen de therapeutische strategie
De strategie die men bij de behandeling moet volgen, is eveneens zeer delicaat. Zo is het over het algemeen noodzakelijk om de diagnose te bevestigen door een biopsie, de afname van een weefselstaal voor een microscopisch onderzoek. Daarmee kan men bovendien precies het soort sarcoom bepalen en dus de behandeling richten. Als de verspreiding van de tumor via beeldvormingstechnieken (traditionele radiologie, MRI, scanner,…) zeer precies en rigoureus wordt beoordeeld, kan bovendien precies worden vastgesteld waar de massa zich ten opzichte van anatomische bakens bevindt en kan men voorkomen dat de chirurgische handeling tot onnodige verminkingen leidt. Deze cartografie van de tumor is onmisbaar voor de verspreidingsbalans en de planning van de behandeling.

Tenslotte is het erg nuttig om de genetische kenmerken van sarcomen te identificeren. Het helpt om het type aantasting beter te omschrijven en het gedrag van de tumor te bepalen zodat men de therapeutische houding eraan kan aanpassen.
De genetische analyse is eveneens nuttig om het risico van het verschijnen van kanker in de afstamming te evalueren.
Microscopisch onderzoek van een tumorstaal en de verspreidingsbalans op basis van beeldvorming zijn onmisbaar om te vermijden dat de operatie ontoereikend of te verminkend is.
Door de genetische kenmerken van bepaalde sarcomen in kaart te brengen, kan men de evolutie ervan voorspellen en de behandeling verfijnen.
BEHANDELING
Zeer specifieke chirurgie
Chirurgie vormt de hoeksteen van de behandeling. Omdat de chirurgische handelingen voor het behandelen van sarcoom relatief complex zijn, wordt wegneming van de kanker en soms de reconstructie gecombineerd met een bottransplantatie, of met een gewrichtprothese, of met een combinatie van beide. Deze gesofisticeerde benadering laat toe om de functie van het lidmaat zo goed mogelijk te behouden.
Met de nieuwste beeldvormingstechnieken kan men in de botbank de transplantatie kiezen die het best geschikt is voor de reconstructie.
Door de vooruitgang in de behandeling van sarcomen is het aantal amputaties aanzienlijk gedaald: ze zijn tegenwoordig in minder dan 5 % van de gevallen nodig.
Radiotherapie en chemotherapie
Radiotherapie is aangewezen in functie van het soort chirurgie, de grootte, de plaats en de ernst van de tumor.
Bij sommige tumoren wordt bestraling soms als een aanvulling op de operatie gepland. De operatie wordt daardoor minder verminkend terwijl men er toch zeker van is dat de tumor lokaal even goed onder controle is.
Chemotherapie maakt eveneens deel uit van de therapeutische instrumenten. Het is de basisbehandeling bij kindertumoren.
Bij volwassenen wordt chemotherapie eerder voorbehouden voor specifieke soorten tumoren of in de meer gevorderde stadia.
In sommige gevallen is het echter noodzakelijk om voor de operatie chemotherapie te geven om de operatieve verwijdering van de tumor te vergemakkelijken. Via de chemokuur kan men bovendien bepalen hoe gevoelig het sarcoom is voor chemotherapie en daarmee rekening houden als men de postoperatieve behandeling opstelt.

Epargner au maximum les tissus sains environnants
Er werd heel wat vooruitgang geboekt in de behandeling van sarcomen: de diagnostische benadering werd verfijnd, het gedrag van de tumor beter beoordeeld, de chirurgische technieken werden efficiënter en aanvullende behandelingen zoals bestraling en chemotherapie werden geoptimaliseerd.

