Tumoren van het urinesysteem

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

Kankers aan de urinewegen omvatten voornamelijk prostaat-, nier- en blaaskanker.

 

PROSTAATKANKER

 

Overzicht


Prostaatkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Hij groeit gewoonlijk traag en de symptomen treden soms pas na enkele decennia op.

 

Het risico op prostaatkanker verhoogt met de leeftijd en als er andere gevallen in de familie voorkomen. In België zijn er jaarlijks 9000 nieuwe gevallen.

De meest geschikte therapeutische houding moet voor elke zieke omschreven worden na een bespreking waarbij experts van verschillende domeinen worden betrokken omdat het niet altijd gemakkelijk is om de evolutie van deze kanker te voorspellen.

Symptomen en opsporing


Prostaatkanker geeft over het algemeen geen symptomen, behalve in een gevorderd stadium als er symptomen kunnen optreden in de urine (moeilijk plassen, frequente behoefte aan plassen) of in de botten (pijn in de botten, fracturen).
Omdat er in het beginstadium geen symptomen optreden, is opsporing nodig om de ziekte vroegtijdig te kunnen diagnosticeren.

Naast palpatie van het orgaan via rectaal toucheren omvat opsporing een meting van de PSA (prostate specific antigen) concentratie in het bloed. PSA is specifiek voor prostaat maar niet voor kanker. Een verhoogde concentratie kan met andere woorden te wijten zijn aan een andere prostaatziekte zoals een infectie.
Om deze reden is het gebruik van PSA fel omstreden. Gelukkig worden er nieuwe tests bestudeerd, zoals bijvoorbeeld onderzoek van kankercellen in de urine (PCA3 test), dat in het Universitair Ziekenhuis Saint Luc (Figuur 1) beschikbaar is.


Figure 1. Met de Progensa PCA3-test kan men na rectaal toucheren kankercellen opsporen in de urine van de patiënt. Deze test verbetert de gevoeligheid en de specificiteit van de diagnose op basis van rectaal toucheren en PSA.

 

Behandeling

 

Als er bij een opsporing kanker wordt ontdekt, hoeft die niet altijd onmiddellijk behandeld te worden. In sommige gevallen is de ziekte bijna niet agressief en zal ze geen gevolgen hebben. In andere gevallen vermoedt men een snelle evolutie van de kanker en moet de behandeling onmiddellijk na de diagnose beginnen.

 

Enerzijds moet de meest geschikte houding dus omschreven worden in functie van de kenmerken van de ontdekte kanker en anderzijds moet men er zeker van zijn dat de aangenomen houding de levenskwaliteit van de patiënt zo weinig mogelijk aantast.

 

Bij plaatselijke kankers zonder grote verspreiding berust de behandeling voornamelijk op het operatief wegnemen van de prostaat (prostatectomie) of op bestraling. Met tomotherapie, een techniek die in ons centrum wordt gebruikt, kan men de stralen met behulp van een scanner naar de tumor leiden, zodat de behandeling doeltreffender wordt en schade aan omliggend gezond weefsel wordt vermeden (Figuur 2).

In een verder gevorderd stadium bestaat de behandeling voornamelijk uit een anti-hormoonbehandeling. In het kader van studies die ons centrum samen met andere Europese en Amerikaanse centra uitvoert, worden nieuwe medicijnen gebruikt. Daarbij wordt het belang onderzocht van een behandeling die hormoontherapie met chemotherapie combineert.

Figure 2 : Tomotherapie

De levenskwaliteit in stand houden is een prioriteit.

De levenskwaliteit behouden blijft een belangrijke prioriteit, ongeacht de gekozen behandeling, en het is dus nuttig om die op een betrouwbare manier te meten. Wegneming van de prostaat bij de lokale vorm van de ziekte kan, naast seksuele problemen, eveneens tot urine-incontinentie leiden. Het multidisciplinaire team dat zich met prostaatkanker bezighoudt, heeft instrumenten uitgewerkt waarmee het risico van een dergelijke complicatie kan worden bepaald en waarmee men, als ze zou optreden, de impact die het op het welzijn heeft, kan meten en corrigeren.

Hoewel hormoontherapie, de belangrijkste behandeling in gevorderde stadia, efficiënt is bestaat er ook een risico op bijwerkingen zoals warmteopwellingen of verminderde potentie. De experts van de multidisciplinaire groep hebben een nationale communicatiecampagne opgestart om dokters en zo’n 22.000 patiënten te informeren over de effecten van hormoontherapie.

Het gevorderde stadium van de ziekte wordt vaak gekenmerkt door uitzaaiingen in de botten. Enerzijds is het belangrijk om deze snel te diagnosticeren, anderzijds om de nieuwe behandelingen te evalueren die tegenwoordig ontstaan. Het multidisciplinaire team dat zich met urinewegen bezighoudt, heeft met de hulp van de Saint-Luc Stichting een beeldvormingsinstrument met magnetische resonantie ontwikkeld (MRI) dat in staat is om uitzaaiingen in het bot zeer snel op te sporen en tijdens de behandeling hun grootte te volgen. De ontwikkelde technologie laat toe om driedimensionale beelden van het beenmerg te verkrijgen (Figuur 3). Ze wordt tegenwoordig in verschillende andere referentiecentra in Europa gebruikt.


KANKER AAN DE NIEREN, BLAAS EN TESTIKELS


Nierkanker, een zeldzame tumor, geeft weinig symptomen en wordt vaak toevallig bij een röntgenonderzoek ontdekt. Het is mogelijk dat genetische aanleg een rol speelt.

Chirurgie was lang het enige therapeutische wapen en blijft de keuzeoptie als de kanker niet verspreid is. De nier wordt operatief weggenomen (nefrectomie), meestal slechts gedeeltelijk omdat de kankers die tegenwoordig worden ontdekt, klein zijn. Een gedeeltelijke nefrectomie is minder zwaar dan een volledige of radicale nefrectomie en wordt dus beter verdragen.

De nieuwe gerichte therapieën, medicijnen die zich richten op de mechanismen waarmee nierkanker zich ontwikkelt, waren een opvallende fase in de behandeling van gevorderde kankers. Deze behandelingen zijn in ons centrum beschikbaar.

Blaaskanker komt vaak tot uiting als er bloed zichtbaar wordt in de urine. Dit symptoom, dat men ook bij andere ziekten aantreft, moet zo snel mogelijk gevolgd worden door een raadpleging. Roken is de belangrijkste factor voor het ontstaan van blaaskanker.

Deze vorm van kanker, die iets meer voorkomt dan nierkanker, wordt in een lokaal stadium behandeld door de oppervlakkige letsels weg te snijden, of door de urineblaas weg te nemen (cystectomie). Uitzaaiingen worden met chemotherapie behandeld.

Testikelkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij jonge volwassenen. De genezingsgraad ligt hoog en vereist multidisciplinaire zorgverlening.
 


Figure 3 : met beeldvormingstechnieken met magnetische resonantie van het hele lichaam zou men in een enkel onderzoek de balans moeten kunnen maken van de verspreiding van kankers van het genitale en urinaire stelsel.


Locomotorisch apparaat of Sarcomen

Onze deskundigen voor dit soort tumor »
Sarcomen zijn kankers die zich ontwikkelen in het bot en in de steunweefsels die botten en organen omringen; ze omvatten onder meer spieren, kraakbeen, vet en de vaten.

Sarcomen komen zelden voor (1 % van alle kankers). Ze vereisen een complexe en zeer specifieke aanpak en de ervaring van specialisten in de diagnostiek (radiologen, pathologen…) en de behandeling (chirurgen, radiotherapeuten en medische oncologen) die tijdens multidisciplinaire bijeenkomsten bepalen welke behandeling het meest geschikt is voor de patiënt en met de meest recente wetenschappelijke gegevens overeenstemt.

Jaarlijks worden er in het Kankercentrum van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc bijna honderd tumoren van de beenderen en steunweefsel behandeld. Dat cijfer vertegenwoordigt ongeveer 1/5 van alle, in België behandelde sarcomen.

De diagnose van sarcomen is complex omdat er zo veel verschillende vindplaatsen en kankertypes zijn. Sarcomen vormen namelijk een zeer uiteenlopende groep kankers.
Omdat ze zo uiteenlopend zijn en weinig voorkomen, zijn er niet veel teams die over de nodige ervaring beschikken om ze optimaal te behandelen.

Sarcomen worden op basis van hun oorsprong geklasseerd: het ‘osteosarcoom’ is een sarcoom dat zich in het bot heeft ontwikkeld, een ‘liposarcoom’ in de vetweefsels rond het bot en de spieren, een ‘rhabdomyosarcoom’, dat meer in de pediatrie voorkomt, ontwikkelt zich in de dwarsgestreepte spieren.

SYMPTOMEN EN DIAGNOSE 

Sarcomen verschijnen vaak onder de vorm van een massa, een groter wordende ‘bol’. Die massa bevindt zich vaak in de dij of de knie, maar kan overal in het lichaam verschijnen.
Osteosarcomen kunnen aanhoudende pijn veroorzaken. Ze komen aan het licht op een röntgenfoto die genomen wordt om de oorsprong van de pijn vast te stellen. Soms wordt een botsarcoom bij een breuk vastgesteld.
Bij de andere soorten sarcomen is pijn eerder zelden een alarmsignaal. Ze kunnen in dit geval tot uiting komen door een uitbochting of door een lastige vervorming. De abnormale massa’s zacht weefsel in oppervlakkige vindplaatsen kunnen worden ontdekt met een echografie en in dieper gelegen plaatsen voornamelijk via magnetische resonantie.
Er is niet veel bekend over de oorzaken van sarcomen. In sommige gevallen is er sprake van genetische invloed.

Beeldvorming, microscopisch onderzoek en genetische analyse bepalen de therapeutische strategie

De strategie die men bij de behandeling moet volgen, is eveneens zeer delicaat. Zo is het over het algemeen noodzakelijk om de diagnose te bevestigen door een biopsie, de afname van een weefselstaal voor een microscopisch onderzoek. Daarmee kan men bovendien precies het soort sarcoom bepalen en dus de behandeling richten. Als de verspreiding van de tumor via beeldvormingstechnieken (traditionele radiologie, MRI, scanner,…) zeer precies en rigoureus wordt beoordeeld, kan bovendien precies worden vastgesteld waar de massa zich ten opzichte van anatomische bakens bevindt en kan men voorkomen dat de chirurgische handeling tot onnodige verminkingen leidt. Deze cartografie van de tumor is onmisbaar voor de verspreidingsbalans en de planning van de behandeling.

Détection d'un ostéosarcome : la TDM (à gauche) montre l'extension de la destruction osseuse, l'IRM (à droite) montre l'extension de la tumeur elle-même.


Tenslotte is het erg nuttig om de genetische kenmerken van sarcomen te identificeren. Het helpt om het type aantasting beter te omschrijven en het gedrag van de tumor te bepalen zodat men de therapeutische houding eraan kan aanpassen.
De genetische analyse is eveneens nuttig om het risico van het verschijnen van kanker in de afstamming te evalueren.

Microscopisch onderzoek van een tumorstaal en de verspreidingsbalans op basis van beeldvorming zijn onmisbaar om te vermijden dat de operatie ontoereikend of te verminkend is.
Door de genetische kenmerken van bepaalde sarcomen in kaart te brengen, kan men de evolutie ervan voorspellen en de behandeling verfijnen.

BEHANDELING


Zeer specifieke chirurgie

Chirurgie vormt de hoeksteen van de behandeling. Omdat de chirurgische handelingen voor het behandelen van sarcoom relatief complex zijn, wordt wegneming van de kanker en soms de reconstructie gecombineerd met een bottransplantatie, of met een gewrichtprothese, of met een combinatie van beide. Deze gesofisticeerde benadering laat toe om de functie van het lidmaat zo goed mogelijk te behouden.
Met de nieuwste beeldvormingstechnieken kan men in de botbank de transplantatie kiezen die het best geschikt is voor de reconstructie.
Door de vooruitgang in de behandeling van sarcomen is het aantal amputaties aanzienlijk gedaald: ze zijn tegenwoordig in minder dan 5 % van de gevallen nodig.

Radiotherapie en chemotherapie

Radiotherapie is aangewezen in functie van het soort chirurgie, de grootte, de plaats en de ernst van de tumor.
Bij sommige tumoren wordt bestraling soms als een aanvulling op de operatie gepland. De operatie wordt daardoor minder verminkend terwijl men er toch zeker van is dat de tumor lokaal even goed onder controle is.

Chemotherapie maakt eveneens deel uit van de therapeutische instrumenten. Het is de basisbehandeling bij kindertumoren.
Bij volwassenen wordt chemotherapie eerder voorbehouden voor specifieke soorten tumoren of in de meer gevorderde stadia.
In sommige gevallen is het echter noodzakelijk om voor de operatie chemotherapie te geven om de operatieve verwijdering van de tumor te vergemakkelijken. Via de chemokuur kan men bovendien bepalen hoe gevoelig het sarcoom is voor chemotherapie en daarmee rekening houden als men de postoperatieve behandeling opstelt.

Delimitation précise du volume tumoral à irradier
Epargner au maximum les tissus sains environnants


De nieuwe behandelingen worden voortdurend beoordeeld in internationale studies waaraan het Kankercentrum actief deelneemt.

Er werd heel wat vooruitgang geboekt in de behandeling van sarcomen: de diagnostische benadering werd verfijnd, het gedrag van de tumor beter beoordeeld, de chirurgische technieken werden efficiënter en aanvullende behandelingen zoals bestraling en chemotherapie werden geoptimaliseerd.

Colorectale Tumoren

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

COLORECTALE TUMOREN – KLINIEK VOOR TUMOR- EN RECTUMZIEKTEN


De behandeling van colorectale kanker vereist een multidisciplinaire benadering. Alle experts die betrokken zijn bij de kankerdiagnose en –behandeling delen hun kennis, wat tot een echte synergie en een behandeling ‘op maat’ voor elke patiënt leidt.


Deze multidisciplinaire benadering wordt al meer dan tien jaar toegepast bij colorectale kanker en wordt verzekerd door het team van de Kliniek voor tumor- en colorectale ziekten.

 

EPIDEMIOLOGIE

In België komen er jaarlijks meer dan 7000 gevallen voor. Bij mannen komt colorectale kanker qua frequentie op de derde plaats, na long- en prostaatkanker. Bij vrouwen komt hij op de tweede plaats, na borstkanker.


Jaarlijks worden bij ons bijna 200 patiënten met dit type tumoren verzorgd. In dit cijfer zijn een vijftigtal rectumkankers inbegrepen. Hoewel men dikwijls gemeenzaam over ‘colorectale’ kankers spreekt, is het toch belangrijk om, met name op therapeutisch vlak, een onderscheid te maken tussen colonkanker en rectumkanker.
Als colonkanker vroegtijdig wordt gediagnosticeerd en behandeld, geneest hij in 95 tot 100 % van de gevallen. Opsporing is dus van het grootste belang.

 

RISICOFACTOREN

 

Sommige colorectale kankers komen geïsoleerd of ‘sporadisch’ voor bij mensen die er niet echt vatbaar voor zijn, andere in families met een genetische voorbestemdheid.


Sporadische kankers komen over het algemeen tot uiting na de leeftijd van 65 of 70 jaar. Ze zouden in de hand worden gewerkt door overdreven consumptie van rood vlees of door onvoldoende vezels of te weinig lichaamsbeweging. Milieufactoren kunnen eveneens een rol spelen.


Tenslotte hebben ontstekingsziekten van de darmen zoals de ziekte van Crohn en rectocolitis haemorrhagica een bevorderend effect.


Sporadische colorectale kanker kent een traag verloop: er kunnen tientallen jaren verlopen tussen het begin en het optreden van de eerste symptomen.

 

Familiaire adenomateuze polypose is een erfelijke kanker waarbij de mutatie van een gen van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven. Deze ziekte is verantwoordelijk voor 1 % van de colorectale kankers in België. Omdat het risico op kwaadaardige degeneratie 100 % bedraagt, moeten de dikke darm en het rectum met een preventieve operatie volledig worden weggenomen en het darmcircuit opnieuw worden geconstrueerd voor de kanker verschijnt.


De leden van het team behoorden tot de eersten die deze mutaties onderzochten. In 1993 stonden ze aan de wieg van het nationale polypose register, dat door het FAPA (Familial Adenomatous Polyposis Association) wordt beheerd.

 

Erfelijke colorectale kanker zonder polypose, eveneens syndroom van Lynch genoemd, is een andere vorm van erfelijke kanker die 5 % van de colorectale kankers vertegenwoordigt.


Deze erfelijke vormen van kanker treden vroeger op dan sporadische kankers. Dikwijls gaat het om meervoudige kankers en kunnen ze eveneens andere organen treffen. Dat toont het belang van vroegtijdige opsporing in risicofamilies aan.


De genetische afwijking die voor deze kanker verantwoordelijk is, werd in 1998 ontdekt en werd sinds zijn ontdekking systematisch onderzocht in alle colontumoren die in onze kliniek werden geopereerd. Daardoor konden we de zieken identificeren die deze afwijking hebben en in hun families tot de nodige opsporingsonderzoeken overgaan; dat gebeurde via raadplegingen voor genetisch advies.


aa

Une partie de l'équipe de la Clinique des Pathologies Tumorales du Côlon et du Rectum

 

OPSPORING

 

De opsporing van colorectale kanker zou vanaf de leeftijd van 50 jaar moeten beginnen. De opsporingsmethoden die als de meest efficiënte zijn erkend, zijn het jaarlijks onderzoek naar bloed in de ontlasting, een onderzoek dat idealiter door huisartsen en gastro-enterologen wordt voorgeschreven. Als de test positief is, stelt men een coloscopie voor.


In risicofamilies moet de opsporing voor de leeftijd van 50 jaar beginnen, liefst op 40 jaar of 10 jaar voor de eerste kanker in de familie verschijnt. In dit geval zal de opsporing vanaf het begin via een coloscopie gebeuren.


Darmpoliepen zijn letsels waaruit zich kankers kunnen ontwikkelen. Ze zijn slechts heel zelden symptomatisch. Deze poliepen worden tijdens de coloscopie weggenomen om te vermijden dat ze in kanker ontaarden.

 

DE SYMPTOMEN

 

Een verandering in de ontlastingsgewoonten (men moet zich ongewoon vaak ontlasten, afwisselend diarree en verstopping…) is vaak een van de eerste tekenen van de ziekte. Bloedverlies uit de anus kan eveneens een symptoom zijn. Het gaat soms om veel bloedverlies dat echter slechts met tussenpozen optreedt en ten onrechte wordt genegeerd.

 

CHIRURGISCHE BEHANDELING

 

Chirurgie blijft tot op heden de hoeksteen in de behandeling van colorectale kanker. Ze wordt vaak gecombineerd met andere therapeutische middelen zoals radiotherapie en chemotherapie.


Het zorgschema wordt tijdens de bijeenkomsten van het team besproken.


De chirurgische technieken zijn erg geëvolueerd. Zo betekende de laparoscopische benadering een revolutie in de chirurgische behandeling van colonkanker in het beginstadium. Ze wordt sinds 1998 uitgevoerd door de colorectale chirurgische unit. De geldigheid van laparoscopieën is tegenwoordig duidelijk aangetoond.


Tijdens een laparoscopische behandeling bekijkt de chirurg het operatieveld met een camera die verbonden is met een optische vezel en hanteert hij zo de instrumenten die via kleine openingen in het lichaam zijn gebracht.


Op die manier wordt de integriteit van het lichaam gerespecteerd, kan de tumor volledig worden weggenomen en wordt overmatige verminking vermeden.


Er komen minder post-operatieve complicaties voor en de esthetische gevolgen van de ingreep zijn nauwelijks zichtbaar. De patiënt herstelt veel sneller dan na een traditionele operatie. Op grond van hun ervaring met kijkoperaties heeft ons chirurgisch team het ‘fast track–concept’ uitgewerkt dat erop gericht is om de impact van de operatie op de patiënt zoveel mogelijk te beperken en hij in de meeste gevallen niet langer dan drie dagen in het ziekenhuis moet worden opgenomen.

 

Net zoals bij colonkanker vertoont de chirurgische behandeling van rectumkanker zeer specifieke kenmerken. Naargelang de plaats en de verspreiding van de tumor worden drie technieken gebruikt.

 

 Dissection intersphinctérienne partielle

 

Endoscopische transanale microchirurgie maakt het mogelijk om kleine rectumtumoren via de natuurlijke weg te behandelen. Het is een voorbeeld van de inspanningen die gedaan worden om chirurgie zowel doeltreffend als weinig invasief te maken.

 

Meer gevorderde rectumkanker vertoont een hoog risico op plaatselijk recidief. Chirurgie kan hier leiden tot grote veranderingen in de plas- en de seksuele functie, zowel bij vrouwen als bij mannen. Het is dus belangrijk dat men een techniek kiest waarmee deze complicaties kunnen worden voorkomen. Bij een ‘totale mesorectale excisie’ wordt de kanker volledig weggesneden en blijven de plas- en seksuele functie volledig behouden.

 

Het chirurgisch team gebruikt deze techniek al meer dan tien jaar en neemt bovendien deel aan het nationale ‘PROCARE’ programma waarmee alle chirurgen die dat wensen de techniek kunnen aanleren.

 

Vroeger leidde chirurgie van het rectum meestal tot een amputatie van de bekkenbodem en de anus en moest men een zakje, een zogenaamde stoma plaatsen. Met zeer gesofisticeerde conservatietechnieken die tot het uiterste worden doorgedreven en in referentiecentra worden uitgevoerd, kan men tegenwoordig bij sommige patiënten de sluitspier van de anus beter bewaren en de patiënt zodoende de grote ongemakken van de stoma besparen.

 

Bij uitzaaiingen in de lever, die bij dit type kanker veel voorkomen, wordt het geval van elke patiënt gemeenschappelijk besproken door de specialisten van het team en van de multidisciplinaire groep lever-gal-pancreas oncologie. Voor meer informatie over deze multidisciplinaire groep, klik hier.

 

RADIOCHEMOTHERAPIE

 

Andere therapeutische middelen die bij colorectale kanker worden ingezet, zijn radiotherapie en chemotherapie. Radiotherapie wordt alleen gebruikt voor de behandeling van rectumkanker, niet bij colonkanker en is bovendien alleen aangewezen in het gevorderde stadium van rectumkanker.

 

De bestraling vindt voor de operatie plaats omdat ze de tumor doet slinken, de operatie vergemakkelijkt en het risico op herval verkleint. Chemotherapie wordt tegelijk met de radiotherapie toegediend omdat de bestraling daardoor efficiënter wordt. Ook hier volgt ons team de regels van het nationale PROCARE-project dat door de leidende instanties van het RIZIV werd erkend.

 

Chemotherapie kan eveneens nuttig zijn na de chirurgische behandeling van bepaalde kankers van het rectum of de colon.

 


Er werd heel wat vooruitgang geboekt in de farmacologische behandeling van colorectale kanker. Nieuwe ‘gerichtetherapieën’ kwamen tot stand en worden in het kader van uitgebreide internationale studies gebruikt waaraan referentiecentra zoals het onze deelnemen. De meeste behandelingen gebeuren nog ambulant, via intraveneuze weg, zodat de patiënten niet moeten worden opgenomen Sommige geneesmiddelen kunnen ook oraal worden ingenomen.

 

 Système de drains, capteurs de pression et de température en place pour la chimio-hyperthermie intra-péritonéale à ventre fermé

 

Tenslotte is intraperitoneale chemo-hyperthermie bij colorectale kanker die naar de buik is uitgezaaid, het resultaat van een multidisciplinaire aanpak. Ze wordt bij sommige uitgebreide colorectale kankers gebruikt en bestaat uit het lokaal toedienen (na wegneming van al het intraperitoneale tumorweefsel) van verwarmde chemotherapie die de kankercellen vernietigt die de operatie hebben overleefd.

 

Met deze benaderingen verbeteren de vooruitzichten van de zieken en kunnen ze zelfs in gevorderde stadia van de ziekte genezen.

 

ONDERZOEK

 

 

Naast klinisch onderzoek onderscheidt onze multidisciplinaire groep zich eveneens door zijn intensieve fundamentele onderzoeksactiviteiten.


In de groep werken twee promovendi, de ene aan de basismechanismen die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van colorectale kanker en de andere aan risicofactoren voor herval van deze kanker. Ze doen dat in nauwe samenwerking met het nationale PROCARE-project waar alle specialisten nauw bij betrokken zijn.

 

Endocriene tumoren en tumoren van de schildklier

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

EPIDEMIOLOGIE


Kanker aan de schildklier komt slechts zelden voor. Jaarlijks zijn er in de Verenigde Staten zo’n 2,2 tot 3,5 gevallen op 1.000. De laatste jaren is er een stijgende trend, waarschijnlijk door de verfijnde diagnosemethoden die leiden tot de ontdekking van tumoren die vroeger onopgemerkt bleven.
Schildklierkanker komt meer voor bij vrouwen en wordt in de hand gewerkt door toevallige blootstelling aan ioniserende stralen en door genetische factoren.

Het proces dat tot de diagnose van schildklierkanker leidt, is subtiel en de beslissing om te opereren wordt genomen na overleg tussen alle betrokken experts: endocrinologen, radiologen, nucleaire artsen, pathologen en chirurgen. Door deze multidisciplinaire benadering kan men de meest geschikte houding voor elk van de besproken gevallen bepalen.

Schildklierkanker evolueert traag en heeft gunstige vooruitzichten. Er blijft nochtans een risico op terugval, vooral binnen 5 tot 10 jaar, zodat een regelmatige opvolging noodzakelijk blijkt.

SYMPTOMEN



Schildklierkanker is soms zichtbaar of voelbaar: het is een lichte zwelling, zoals een ‘bal’ onderaan de hals. Hoewel de ziekte soms een schorre stem of slikproblemen veroorzaakt, wordt ze meestal toch toevallig ontdekt bij een radiografisch onderzoek van de hals dat om een andere reden wordt uitgevoerd.






DIAGNOSE


De diagnose berust op beeldvormingstechnieken en op een cytopunctie met een dunne naald. De echografie van de schildklier levert belangrijke informatie over de ‘knobbeltjes’, kleine tumoren die zich in de schildklier ontwikkelen maar niet noodzakelijk kanker zijn. De echografie wordt dus gecombineerd met een punctie van de knobbel via een dunne naald en met een microscopische analyse van de cellen uit de punctie. De verschillende onderzoeken moeten rigoureus worden uitgevoerd, zodat ze zeker betrouwbaar zijn.

In sommige gevallen wordt de balans met een scintigrafie aangevuld. Bij een scintigrafie wordt een zeer kleine hoeveelheid radioactief product intraveneus ingespoten en door de schildklier opgevangen. Een instrument, dat in de buurt van de hals wordt geplaatst, spoort de straling op die door het product wordt afgegeven. Een scintigrafie kan nuttig zijn om de kenmerken van het knobbeltje beter te beschrijven. Op basis van de informatie uit de verschillende onderzoeken wordt er bepaald welke behandeling men zal kiezen.

De moeilijkheden die men ondervond bij de diagnostische en therapeutische benadering van schildklierkanker hebben de wetenschappelijke gemeenschap in Europa aangezet tot het formuleren van enkele aanbevelingen. De experts van de multidisciplinaire groep die zich met schildklierkanker bezighoudt, hebben actief deelgenomen aan het opstellen van deze consensusteksten. Ze doen bovendien verschillende onderzoeken naar de factoren die de evolutie van schildklierkanker beïnvloeden. Als men deze merkers zou kunnen identificeren, zou dat de therapeutische benadering nog verder kunnen verfijnen.

De echografie van de schildklier, de punctie van de knobbeltjes, het microscopisch onderzoek van het punctieproduct en de scintigrafie zijn de voornaamste diagnostische onderzoeken voor schildklierkanker.


Cancer thyroïdien papillaire


BEHANDELING


De vooruitzichten van schildklierkanker zijn meestal goed. De doeltreffendheid van de behandeling is ten eerste te danken aan een efficiënte chirurgische benadering. Chirurgie aan de schildklier, waarbij de klier volledig wordt weggenomen (thyroïdectomie) is een delicate aangelegenheid wegens de nabijheid van de stembanden en de parathyroïde klieren. Deze kleine klieren, vlak naast de schildklier, zijn betrokken bij de regeling van het calcium- en fosforgehalte in het bloed. De vaardigheid van de chirurg staat borg voor het controleren van de mogelijke risico’s die de chirurgische ingreep met zich meebrengt.

De ingreep wordt dikwijls afgerond met de toediening van radioactief jodium. Jodium is onmisbaar voor de synthese van schildklierhormonen en radioactief jodium kan de enkele schildkliercellen die na de ingreep overbleven, vernietigen.
De aanvullende behandeling met radioactief jodium vereist beschermende maatregelen om het gebied errond en de omgeving te sparen. Ze vereist een geblindeerde isolatiekamer waar de zieke twee tot drie dagen wordt opgenomen.

De operatie en het radioactieve jodium leiden meestal tot de genezing van de kanker. De opvolging, onmisbaar wegens het risico op herhaling, is gemakkelijk en stoelt op een test die zeer betrouwbaar is als hij correct wordt uitgevoerd, in dit geval wordt het thyreoglobulinegehalte in het bloed gecontroleerd.
Thyreoglobuline is de opslagproteïne van schildklierhormonen. Ze wordt op een specifieke manier geproduceerd door de cellen van de schildklier.
Als er thyroglobuline wordt gevonden, betekent dat dat er nog steeds schildkliercellen aanwezig zijn, die al dan niet kankercellen zijn; als de beelden geen thyreoglobuline en resterend schildklierweefsel tonen, is dat een teken van genezing.
Na wegneming van de schildklier moet er een substitutiebehandeling voor de schildklierhormonen worden opgestart.
De behandeling van schildklierkanker vormt nog steeds het onderwerp van verschillende internationale studies. Via deelname aan deze studies kan men de patiënten van het kankercentrum een benadering conform de meest recente ontwikkelingen bieden.


De gecombineerde behandeling via chirurgie en radioactief jodium maakt het mogelijk om schildklierkanker in 95 % van de gevallen te genezen. Het risico op terugval maakt opvolging echter noodzakelijk.

Hematologie volwassenen

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

OVERZICHT


Bloedkankers of ‘hematologische’ kankers bestaan uit vijf grote groepen: leukemieën, lymfomen, myeloproliferatieve syndromen, multipele myelomen en myelodysplasieën.
 
Leukemieën worden gekenmerkt door een explosieve toename van het aantal witte bloedcellen in het bloed en in het beenmerg, dat het productiecentrum is van bloedcellen, die zich niet meer normaal kunnen ontwikkelen. Lymfomen zijn kankers van het lymfesysteem dat betrokken is bij de verdediging van het organisme, met name tegen infecties. Naast het beenmerg omvat dit systeem eveneens lymfeklieren en verschillende andere organen zoals de milt.
Myeloproliferatieve syndromen zijn te wijten aan een overdreven aanmaak van bloedcellen (rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes) in het beenmerg. Myelomen worden veroorzaakt door een woekering van een specifiek soort witte bloedcellen, de plasmocyten. Myelodysplasieën tenslotte zijn preleukemische toestanden.
 
Via laboratoriumonderzoeken verkrijgt men zekerheid over de diagnose van bloedkankers. In ons centrum delen de specialisten die deze, soms complexe diagnostische onderzoeken uitvoeren, tijdens multidisclipinaire bijeenkomsten hun kennis met artsen die gespecialiseerd zijn in de behandelingen. Op die manier wordt elk afzonderlijk geval grondig geanalyseerd en kan men de meest geschikte houding omschrijven.

EPIDEMIOLOGIE


In België komen jaarlijks 1.200 gevallen van lymfeklierkanker voor, 300 gevallen van acute leukemie en 400 gevallen van myeloom. Onze dienst hematologie is een expertisecentrum in België.


RISICOFACTOREN


Bloedkankers komen het meest voor bij mensen met een verminderde immuniteit. Hun ontstaan wordt eveneens bevorderd door een overdreven blootstelling aan sommige producten of door omgang met deze producten zonder de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen. Deze middelen zijn onder andere pesticiden, insecticiden, sommige vormen van straling, benzeen, diverse oplosmiddelen en benzine. Roken is eveneens schadelijk voor het bloed, en voor de andere organen. Er is weinig of geen familiale of genetische invloed.


SYMPTOMEN EN DIAGNOSE



Overdreven bloedingen, aanhoudende infecties, bleekheid, gezwollen lymfeklieren, pijn in de botten, breuken ten gevolge van een kleine verwonding kunnen een signaal zijn. Deze tekens zijn echter weinig specifiek: men ziet ze bij verschillende ziekten, ook bij niet-kankers.
Voor de diagnose zijn dus aanvullende onderzoeken nodig. Via een bloedafname kan men het gehalte aan rode, witte bloedcellen en bloedplaatjes bepalen en abnormale cellen opsporen. De balans omvat, indien nodig, een microscopisch onderzoek van het beenmerg of de lymfeklieren. Deze onderzoeken vereisen het uitvoeren van een biopsie en ze leiden tot een diagnose.
Er lopen momenteel meerdere onderzoeken die gericht zijn op een beter begrip van de fijne mechanismen die het gedrag van kwaadaardige bloedcellen sturen, zodat men de behandeling constant kan verbeteren.

Ten slotte kan de PET-scan eveneens nuttig blijken bij het op punt stellen. Dat is een ultramoderne beeldvormingstechniek waarmee men de plaats en de activiteit van abnormale lymfeklieren met behulp van een merker nauwkeurig kan bepalen.

De optimale therapeutische houding bepalen verloopt via een regelmatige uitwisseling van informatie tussen de experts die de laboratoriumonderzoeken uitvoeren en de behandelingsspecialisten.


Des cellules souches hématopoïétiques peuvent être prélevées, soit dans la moelle osseuse, soit dans le sang périphérique. Ces cellules peuvent alors être réinfusées par voie veineuse, après traitement qui élimine, chez le patient, la moelle osseuse normale mais également la maladie résiduelle. Ceci permettra une reprise de la formation des globules rouges, de globules blancs et de plaquettes.

BEHANDELING


Chemotherapie
is een belangrijk onderdeel van de behandeling van leukemieën en lymfomen. De behandeling gebeurt deels in het ziekenhuis, en deels ambulant.
De specialisten van het Kankercentrum die zich aan bloedkankers wijden, waren de eersten in België om deze organisatie voor te stellen, die vermijdt dat de patiënt te veel in het ziekenhuis moet verblijven. Tegenwoordig worden dagelijks zo’n vijftig tot zestig patiënten in de 'dagkliniek' behandeld.

Ruggenmergtransplantatie en bloedstamcellen worden toegepast als men de ziekte niet voldoende onder controle krijgt met de traditionele behandeling. Bij een ‘allogene’ transplantatie worden gezond beenmerg of bloedstamcellen van een compatibele donor (vaak van een broer of zus) weggenomen en bij de zieke ingeplant. Bij een ‘autologe’ transplantatie wordt beenmerg van de zieke afgenomen en na een intensieve behandeling getransfuseerd.

Het multidisciplinaire team bloedkankers was een van de eerste dat beenmergtransplantaties uitvoerde en ze tot een goed einde bracht. Het staat aan de top in dit domein.

‘Gerichte’ therapieën zoals infusen met antilichamen en de nieuwe medicijnen die voor sommige bloedkankers gebruikt worden, zijn specifieke therapieën, wat wil zeggen dat ze alleen in kankercellen actief zijn en de rest van het organisme ontzien. Ze betekenen een belangrijke vooruitgang omdat ze efficiënt zijn en goed verdragen worden. Deze nieuwe behandelingen met medicijnen vormen het onderwerp van internationale studies waaraan referentiecentra zoals het onze deelnemen.

Examen de la moelle osseuse. Image de leucémie myéloblastique aiguë.


Al deze vooruitgang zorgt ervoor dat de vooruitzichten van bloedkankers de laatste decennia aanzienlijk zijn verbeterd. Met de huidige behandelingen is het mogelijk om veel kankers te genezen die lang als dodelijk werden beschouwd.
Toch zijn er bepaalde kankers die minder goed op behandeling reageren. De onderzoeken die in ons centrum worden uitgevoerd, zijn gericht op het verduidelijken van de mechanismen die deze weerstand tegen de behandeling sturen zodat men zelfs in de moeilijkste gevallen een optimale benadering kan aanbieden. Deze complexe studies vereisen een nauwe samenwerking tussen de onderzoekers in het laboratorium en de klinische geneesheren.

Door de samenwerking tussen onderzoekers in laboratoria en klinische geneesheren die betrokken zijn bij grote internationale studies kan men genieten van de meest actuele en efficiënte behandelingen.

Kinderhematologie en -oncologie

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

OVERZICHT


Kanker komt bij kinderen relatief weinig voor. In België worden elk jaar 325 nieuwe gevallen gediagnosticeerd. Een kwart van de kinderkankers die in ons land voorkomen, worden door de groep kinderhematologie-oncologie van het Kankercentrum van het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc behandeld. De omvang van deze activiteit maakt ons tot de grootste referentie-instelling in Franssprekend België.
Bloedkankers of leukemieën vertegenwoordigen ongeveer 30 % van de kankers bij kinderen. Daarna komen de kankers van het centrale zenuwstelsel (hersentumoren) en kankers van de lymfeklieren of lymfomen.
Bepaalde soorten kankers komen specifiek bij kinderen voor. Het zijn blastomen of embryonale tumoren. De cellen van het embryo hebben een groot vermogen tot vermeerdering.
In het begin zijn ze niet zo talrijk en op termijn moeten ze tot een volwassen orgaan uitgroeien. Zodra het orgaan is samengesteld, houden de cellen op met zich te vermenigvuldigen. In het geval van een blastoom gaan ze door met groeien. Men beschrijft aldus nefroblastomen, die zich uit embryonale niercellen ontwikkelen, hepatoblastomen, die voortkomen uit embryonale levercellen, en retinoblastomen uit embryonale netvliescellen. Deze retinoblastomen zijn zeldzaam en alle gevallen in ons land worden in het Kankercentrum behandeld, dat op dit vlak een Europese referentie is.
Sarcomen komen ten slotte, net zoals botkankers, eerder bij jongeren voor. Deze tumoren worden behandeld in samenwerking met experts in chirurgie en radiotherapie die ook tumoren bij volwassenen behandelen.

Het geval van elke jonge patiënt wordt besproken tijdens multidisciplinaire bijeenkomsten waaraan alle specialisten deelnemen die betrokken zijn bij de diagnose en de behandeling van kindertumoren. Na overleg beslissen de specialisten samen over de behandeling die het meest geschikt is voor een bepaalde patiënt, rekening houdende met de diagnose, de zorgstandaarden en de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen.


SYMPTOMEN


De kankersymptomen evolueren snel bij kinderen, in enkele weken tijd. Bij leukemieën functioneren de bloedcellen niet meer normaal. De verandering van de rode bloedcellen veroorzaakt bleekheid en vermoeidheid, die van de witte bloedcellen leidt tot herhaalde infecties, die van de bloedplaatjes veroorzaakt frequente en moeilijk controleerbare bloedingen. Bovendien dringen de kankercellen in het bot, wat tot de zogenoemde zwervende pijn leidt als ze van plaats veranderen.
De symptomen komen tot uiting in een verandering van het orgaan waarin de tumor zich ontwikkelt: bloed in de urine als de nieren worden getroffen, een gele kleur als het om de lever gaat, breuken als de kanker de botten aantast …Door de plaats die de tumor inneemt, kan hij zichtbaar of voelbaar zijn: zwelling in de keel, palpatie van een massa in de buik…De samendrukking die deze massa veroorzaakt, kan op zijn beurt symptomen veroorzaken, zoals hoofdpijn of misselijkheid in het geval van hersentumoren.
De snelle evolutie van kankers bij kinderen geeft aan hoe noodzakelijk het is om zich zonder uitstel tot een referentiecentrum te wenden, dat op dit gebied over veel ervaring en over de nieuwste diagnose- en behandelingstechnieken beschikt.

RISICOFACTOREN


Er bestaan niet veel factoren die het verschijnen van kanker bij kinderen in de hand werken. Soms spelen bepaalde genetische afwijkingen een rol. Onderzoeken die momenteel in onze instelling lopen, richten zich met name op de genetische factoren die het verschijnen van retinoblastomen in de hand werken.

BEHANDELING



Omdat kanker zo zelden voorkomt bij kinderen, is het belangrijk om ze in gespecialiseerde instellingen te behandelen. Daar kan men genieten van de grote vooruitgang die op het vlak van behandelingen werd geboekt, een evolutie die met verschillende factoren is verbonden.

Door zeer efficiënte beeldvormingsonderzoeken, zoals de PET Scan, kan men tegenwoordig de kenmerken van de tumor beter beschrijven. Met de zogenoemde functionele beeldvorming kan men bijvoorbeeld de cellen merken die zich snel op verschillende plaatsen in het lichaam vermenigvuldigen. Het is tegenwoordig mogelijk om de grenzen van de tumor met grote precisie te bepalen en ervoor te zorgen dat hij via een operatie volledig wordt weggenomen.

Chemotherapie, die bij de meeste kinderkankers wordt gebruikt, is doeltreffender geworden en minder toxisch. Met chemotherapie kan men nu in de meeste gevallen genezing bereiken. Er worden voortdurend uitgebreide internationale studies uitgevoerd om de resultaten van chemotherapie nog te verbeteren. De patiënten van de groep kinderhematologie-oncologie van het Kankercentrum worden betrokken bij gecontroleerde studies over de meest recente geneesmiddelen. Ze hebben toegang tot moderne behandelingen zonder dat ze daarvoor naar het buitenland moeten. De regelmatige contacten met andere experts over de hele wereld, die in het kader van de studies opgelegd worden, staan borg voor een kwaliteitsvolle zorgverlening.

Bij sommige indicaties, en in functie van het soort of de ernst van de tumor, kan men een ruggenmergtransplantatie overwegen. De dienst kinderhematologie-oncologie heeft veel ervaring in dit domein omdat het een pionier was op het gebied van transplantaties bij bloedziekten. De procedure vindt plaats in een dienst die specifiek aan kinderen is gewijd en gebeurt onder toezicht van kinderhematologen-oncologen. Er is geen overbrenging naar een dienst voor volwassenen nodig, noch naar een andere instelling.

De ongewenste effecten die met chemotherapie worden geassocieerd, zijn tegenwoordig beter onder controle. Met efficiënte geneesmiddelen kan men de misselijkheid en het braken bestrijden en het risico op infecties verminderen. Er werden laserbehandelingen op punt gesteld om irritatie van het slijmvlies zoals aften te voorkomen of te behandelen. Ze verminderen de pijn en versnellen de genezing van de wonde.

De lopende onderzoeken binnen onze multidisciplinaire groep bestuderen eveneens het gen dat gevoeligheid voor bepaalde kankers zou kunnen veroorzaken (vooral retinoblastomen), de rol die de ruggenmergcellen spelen in de ontwikkeling van kankers en de verbetering van de immuuntolerantie bij ruggenmergtransplantaties. Ook de langetermijnopvolging van patiënten die een transplantatie of chemotherapie ondergingen, vormt het onderwerp van onze onderzoeken.

Ten slotte is therapeutische vooruitgang ook verbonden met de verfijning van chirurgische reconstructietechnieken en met de mogelijkheid om radiotherapie zo gericht mogelijk toe te dienen, wat wil zeggen dat de kankercellen worden vernietigd en de gezonde weefsels worden gespaard.

BEGELEIDING


Ondanks de vooruitgang die op therapeutisch gebied werd geboekt, blijft het vaak moeilijk om te aanvaarden dat bij een kind kanker werd vastgesteld. Het is dus belangrijk dat bij de opname niet alleen medische aspecten aan bod komen maar dat het kind en zijn familie eveneens een sociale en psychologische omkadering krijgen aangeboden. De school in het ziekenhuis geeft kinderen de mogelijkheid om les te volgen tijdens hun verblijf in het ziekenhuis. Dankzij verschillende verenigingen kan de groep kinderhematologie-oncologie bovendien diverse animaties aanbieden, vakantiekampen organiseren…
Ten slotte legt de cd-rom ‘Vertel me eens bloedcel, wat is dat dingetje?' zieke kinderen maar ook de mensen in hun omgeving (school, jeugdbewegingen…) uit wat leukemie is, en wat de verschillende behandelingsinstrumenten zijn waarmee men deze tegenwoordig in de meeste gevallen succesvol kan bestrijden.

>> Kidscancer.be

Tenslotte heeft het onco-hematologie pediatrische ziekenhuis, op 20 Mei, 2009 zijn nieuwe externe ruimte geopend.
Deze externe ruimte werd lang geleden verwacht!
Het zal kinderen helpen om een blik op de seizoenen te hebben. In deze ruimte, zullen de relaties groeien! De binnenkant zal aan de buitenkant uitglijden en de wil van kinderen ontdekt het licht van de dag!

Tumoren Van De Lever-Gal-Alvleesklier

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

 

Overzicht

 

Alvleesklierkankers staan qua frequentie op de derde plaats op de lijst van spijsverteringskankers, na dikkedarmkanker en maagkanker. Elk jaar komen er in Europa zo’n 80.000 nieuwe gevallen voor.

Leverkankers komen vooral voor in China, Japan en Afrika. In Europa komen ze niet zoveel voor, maar wel twee keer zoveel als 25 jaar geleden. Dat is vooral te wijten aan de epidemie van hepatitis C. Tumoren aan de galwegen zijn nog zeldzamer, maar ze nemen in dezelfde mate toe.

 


Une partie du groupe pluridisciplinaire d'oncologie hépato-bilio-pancréatique


In 2007 werden er in het Kankercentrum van het Universitair Ziekenhuis Saint Luc meer dan tweehonderd tumoren aan de lever, gal en alvleesklier behandeld. En dit aantal stijgt nog voortdurend. De gevallen worden als volgt verdeeld:

- tumoren van de alvleesklier: 40 % van de nieuwe gevallen;

- tumoren van de lever: 50 % van de gevallen, waaronder uitzaaiingen naar de lever die meestal afkomstig zijn van dikkedarmkanker, maar eveneens van andere gebieden (borst, endocriene tumoren…) vormen 30 % en primitieve tumoren 20 %;

- tumoren van de galwegen buiten de lever: 5 %;

- endocriene tumoren: 5 % van de gevallen. Deze tumoren komen van alvleeskliercellen die hormonen afscheiden (insuline, gastrine…).

 

Deze tumoren moeten multidisciplinair worden behandeld waarbij deelname van chirurgen, medische oncologen, gastro-enterologen, radiologen, nuclearisten, radiotherapeuten, anatoom-pathologen vereist is. Deze multidisciplinaire groep komt wekelijks samen omdat het delen van kennis onontbeerlijk is om elke patiënt de behandeling te geven die het best aangepast is aan zijn ziekte.



Symptomen

 

Tumoren van de alvleesklier en de gal worden over het algemeen gekenmerkt door pijn in de bovenbuik, gewichtverlies en een gelige gelaatskleur. Primitieve tumoren van de lever worden vaak toevallig ontdekt, bijvoorbeeld tijdens een echografie bij een patiënt die aan levercirrose lijdt.

De symptomen van endocriene tumoren variëren naargelang de hormonen die de tumor produceert.

 

Risicofactoren

 

Alvleesklierkanker kan een erfelijke oorsprong hebben maar kan eveneens voortkomen uit een chronische ontsteking van de alvleesklier die veroorzaakt wordt door alcohol en tabak.

Primitieve leverkankers zijn in 80 % van de gevallen het gevolg van cirrose waarbij deze te wijten is aan het hepatitis B- of C-virus of aan alcohol. De risicofactoren voor galtumoren en endocriene tumoren zijn niet goed bekend.

 

 

 

Diagnostiek

 

Naast de gewone radiologische onderzoeken zijn er twee specifieke technieken bijzonder nuttig om de diagnose van dit soort tumoren te stellen: de echo-endoscopie en de octreoscan.

 

De echo-endoscopie is een verkenning waarbij een endoscopie met een echografie wordt gecombineerd. Een echografiesonde wordt met behulp van een endoscoop naar het te bestuderen orgaan gebracht. Daarmee kunnen letsels en de omliggende organen worden onderzocht of verkend en kan er via een punctie weefsel worden afgenomen dat cytologisch wordt bestudeerd. Het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc heeft de techniek ontwikkeld sinds die in 1986 werd geïntroduceerd en wordt beschouwd als Europese leider op dit gebied. Voor meer informatie over deze techniek klikt u hier.

 

De scintigrafie met gemarkeerde octreotide, de ‘octreoscan®’, wordt gebruikt voor de diagnose en om de verspreiding van endocriene tumoren te bestuderen. De dienst nucleaire geneeskunde van het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc was de eerste die dit onderzoek uitvoerde.

 

 

IRM du pancréas


Behandeling

 

Kankers van de alvleesklier zijn slechts in 15 tot 20 % van de gevallen opereerbaar. Als de tumor in het hele gebied voorkomt, bestaat de behandeling uit een combinatie van radiotherapie en chemotherapie die soms door een operatie wordt gevolgd. Als de tumor groter is en er uitzaaiingen zijn, gebruikt men de klassieke chemotherapie en/of nieuwe geneesmiddelen die uit onderzoek voortkomen.

 

Bij leverkanker biedt een levertransplantatie uitzicht op volledige genezing en is de overlevingskans even groot als bij andere transplantatiepatiënten, zo’n 70-80 % overlevingskans na 5 jaar. Leverkankers vormen momenteel 40 % van de indicaties voor een leventransplantatie in Saint-Luc. Als een transplantatie onmogelijk is, wendt men zich tot andere verwijderingsbehandelingen. Ze zijn indien mogelijk gebaseerd op chirurgie of op de zogenaamde ‘interventie’-radiologietechnieken waarmee het actieve geneesmiddel via de vaten die de tumor voeden, tot op de plaats van de tumor wordt gebracht. Anderzijds kan de tumor verbrand worden via een injectie met alcohol doorheen de huid of met een thermo-elektrische stroom. Deze techniek, radiofrequentie genoemd, vernietigt tumoren door hyperthermie (koorts) op te wekken.

 

De behandeling van levermetastasen vereist naleving van bepaalde regels. Ze moeten volledig worden weggenomen, maar er moet voldoende gezond weefsel overblijven opdat de lever verder normaal kan blijven werken.

Voortaan maakt embolisatie van de poortader het mogelijk om meer gezond orgaanweefsel te behouden zodat uitzaaiingen verder kunnen worden verwijderd of voordien inoperabel geachte uitzaaiingen toch kunnen worden weggenomen.

De meest recente geneesmiddelen voor chemotherapie bewijzen in deze situatie eveneens hun nut: ze doen de omvang van de uitzaaiingen voor de ingreep slinken. Men kan ook een beroep doen op de techniek van radiofrequentie.

 

Endocriene tumoren en tumoren van de galwegen worden bij voorkeur chirurgisch behandeld maar dat is niet altijd mogelijk. Bij endocriene tumoren levert metabolische radiotherapie veelbelovende resultaten op. Ze wordt in Nucleaire Geneeskunde uitgevoerd en bestaat uit het injecteren van radioactieve deeltjes die tegen de tumor zijn gericht. Ze wordt echter alleen toegepast in bepaalde gespecialiseerde centra zoals het Universitair Erasmusziekenhuis in Rotterdam waarmee het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc nauw samenwerkt.

 

Chirurgische ingrepen om kankers aan de lever, gal of alvleesklier te behandelen, kunnen delicaat zijn. De ervaring die ons chirurgisch team verwierf met het uitvoeren van dit soort ingrepen, is van doorslaggevend belang.

 

Dankzij die ervaring worden transplantaties in geval van leverkanker met succes uitgevoerd, dat geldt ook voor de verwijdering van levermetastasen of complexe chirurgische ingrepen die bij endocriene tumoren en tumoren van de galwegen vereist zijn.





Représentation schématique de l'intervention de Whipple : schéma de la phase d'exérèse.



Onderzoek

 

Tumoren van de lever, gal en alvleesklier worden in talrijke onderzoeken bestudeerd. Ze dienen niet alleen om de therapeutische benadering te optimaliseren maar ook om de diagnose zo vroeg mogelijk te stellen. Daarvoor wordt een beroep gedaan op nieuwe specifieke merkers die door Nucleaire Geneeskunde in ons centrum worden gebruikt.

 

Het onderzoek leidt ook tot de ontdekking van nieuwe geneesmiddelen. Die worden gebruikt in het kader van internationale studies waaraan ons centrum actief deelneemt zodat patiënten van de best presterende geneesmiddelen kunnen genieten.

 

In onze onderzoekslaboratoria bestuderen we ten slotte de mechanismen die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van primitieve leverkankers en de effecten die chemotherapie op het leverweefsel heeft.


Oogtumoren

Onze deskundigen voor dit soort tumor »


EPIDEMIOLOGIE 


De meest voorkomende oogkanker bij volwassenen is het melanoom. In België worden jaarlijks 7 tot 8 nieuwe gevallen per miljoen inwoners vastgesteld en dat is de laatste twintig jaar niet veranderd. Tot op heden werd er geen enkele factor gevonden die het ontstaan van oogmelanoom zou bevorderen, hoewel de meeste zich uit een verdachte naevus, een ‘schoonheidsvlekje’ ontwikkelen De ziekte verschijnt gemiddeld op de leeftijd van 60-65 jaar.

Elk Europees land heeft een referentiecentrum in oculaire oncologie. Onze oculaire oncologie unit heeft veel ervaring verworven in de behandeling van oogkankers, en geniet internationale erkenning. De overgrote meerderheid van de gevallen van oculair melanoom in België worden dus naar ons doorverwezen en hetzelfde gebeurt voor retinoblasten, de vorm van oogkanker die het meest bij kinderen voorkomt (1 geval/ 20.000 geboorten). De Oculaire Oncologie unit ontvangt eveneens patiënten uit verschillende buurlanden.

De behandeling van zieken met oculair melanoom wordt bepaald bij multidisciplinaire bijeenkomsten waaraan oogartsen, radiotherapeuten, medische oncologen en anatoom-pathologen deelnemen. Zo wordt op basis van de kenmerken van de tumor en de meest recente kennis de beste houding bepaald.

 

 

SYMPTOMEN EN DIAGNOSE

 

Intraoculair melanoom wordt vaak toevallig ontdekt. Omdat hij in het vaatvlies (het vasculaire laagje onder het netvlies) ontstaat, leidt hij tot loslating van het netvlies en kan hij gezichtstoornissen veroorzaken. Die zijn echter niet eigen aan de kanker en komen eveneens bij veel andere ziekten voor.

De diagnose van intraoculair melanoom wordt gesteld tijdens een onderzoek dat oogfundus wordt genoemd. Bij dit onderzoek kan men het netvlies en het vaatvlies doorheen de vooraf verwijde pupil bekijken. Deze diagnose vereist een zekere ervaring: het is niet altijd gemakkelijk om een verdacht ‘schoonheidsvlekje’ te herkennen.

Via een zogenaamd ‘oftalmoscopisch beeld’ dat met het blote oog wordt waargenomen, en beeldvormingstechnieken (echografie en magnetische resonantie) kan men in 99 % van de gevallen de diagnose bevestigen. Een biopsie is slechts zelden nodig.
Een dergelijke biopsie met de naald wordt onder plaatselijke verdoving uitgevoerd en gebeurt soms in het kader van een onderzoeksprogramma dat het gedrag van kanker bestudeert en waarmee men bepaalde genetische bijzonderheden van de tumor wil identificeren die een voorspellende factor kunnen hebben.

Het is belangrijk dat oculair melanoom in een vroeg stadium wordt gediagnosticeerd: het succes van de therapie wordt er aanzienlijk door verhoogd.

Een oogmelanoom is een zeldzame aandoening. Slechts enkele centra op de wereld hebben door spitstechnieken te gebruiken het ervaringsniveau bereikt dat noodzakelijk is om het vroegtijdig te identificeren en optimaal te behandelen.

 

BEHANDELING

 


De behandeling begint in de week na de diagnose. De laatste jaren zijn er heel wat nieuwe technieken ontstaan waarmee men in de meeste gevallen het oog kan sparen en enuncleatie (operatief weghalen van het oog) vermijden.

Bij transpupillaire thermotherapie worden de weefsels tot een temperatuur tussen 45 °C en 60 °C opgewarmd om de cellen van het melanoom te doden. Een laservlak passeert langs de pupil en wordt op de tumor gericht. Deze techniek wordt ambulant gebruikt en vereist geen opname in het ziekenhuis of operatie. De sessies transpupillaire thermotherapie kunnen, indien nodig, worden herhaald. In 94 % van de gevallen wordt de therapie van de oculaire oncologie unit van het Kankercentrum met succes bekroond.


Contactbestraling biedt een comfortabel alternatief voor de verwijdering van het oog als transpupillaire thermotherapie door de grootte en de plaats van het oculaire melanoom onmogelijk is. Bij contactbestraling of curietherapie plaatst men via een operatieve handeling radioactieve korrels (jodium 125) die op een draagplaatje zijn gekleefd gedurende 3 tot 4 dagen op het oogoppervlak dat in contact staat met de tumor. In België is deze zeer specifieke spitstechniek alleen beschikbaar in de oculaire oncologie-unit van het Kankercentrum.
Met contactbestraling kan men bij 97 % van de patiënten de tumor onder controle brengen. In 5 tot 10 % van de gevallen brengt ze echter diverse complicaties met zich mee die uiteindelijk toch tot een verwijdering van het oog leiden. Het gebeurt dat contactbestraling gecombineerd wordt met transpupillaire thermotherapie om de kans op therapeutisch succes te verhogen.
De kansen om aan het eind van deze behandelingen een nuttig gezichtsvermogen te behouden zijn voornamelijk afhankelijk van de grootte van de tumor en zijn plaats ten opzichte van de optische zenuw en de macula (centrale zone van het netvlies).

Enuncleatie blijft als enige mogelijke optie over als de tumor te groot is om via een andere benadering doeltreffend te worden behandeld.

De vooruitgang in de plaatselijke behandeling van oculair melanoom belet niet altijd dat er elders in het lichaam een recidief optreedt, meestal in de lever. Deze uitzaaiingen verslechteren de vooruitzichten. Daarom wordt er in de oculaire oncologie unit onderzoek gedaan naar ‘adjuvante’ behandelingen die, als ze naast de lokale tumorbehandeling worden gegeven, het risico op uitzaaiingen beperken.
Een anti-tumorvaccin zou in dit opzicht heel nuttig kunnen zijn. Het wordt momenteel geëvalueerd in het kader van een Europese studie die door onze oculaire oncologie unit wordt gecoördineerd.

 

RETINOBLASTOOM

 


De vooruitzichten voor retinoblastoom, de meest voorkomende oogtumor bij kinderen, zijn eveneens verbeterd. Tot voor kort moest het oog bij retinoblastoom worden verwijderd. Tegenwoordig kan men via initiële toediening van chemotherapie de tumor doen slinken en hem daarna focaal behandelen, met transpupillaire thermotherapie of contactbestraling.

Tumoren van maag en slokdarm

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

Frequentie en risicofactoren

Kankers van de maag en slokdarm blijven relatief zeldzaam in vergelijking met die aan de colon (dikke darm) en het rectum. Bij slokdarmkankers kan men twee soorten onderscheiden. De eerste, epidermoïde carcinoom genaamd, hangt samen met alcohol- en tabakgebruik. De tweede, adenocarcinoom genaamd, is een zeldzame complicatie van reflux (terugvloeiing) uit de maag en slokdarm.

Het verschil tussen deze twee soorten kanker ligt onder meer in de locatie. Het epidermoïde carcinoom is meestal te vinden in het bovenste en middelste deel van de slokdarm, terwijl het adenocarcinoom altijd in het laagste deel voorkomt. Het formele antwoord wordt echter pas gegeven na microscopisch onderzoek van weefselfragmenten die bij een endoscopie werden afgenomen.

Maagkanker komt tegenwoordig minder voor dan in het verleden. Een verklaring daarvoor is misschien dat hardnekkige maagzweren minder voorkomen, die vormen namelijk de grootste risicofactor. Men beschikt tegenwoordig over doeltreffende behandelingen om de bacterie Helicobacter pylori, de voornaamste oorzaak van maagzweren, uit te schakelen. Door deze kiem uit de maag te laten verdwijnenv kan men vermijden dat maagzweren chronisch worden en tot kanker degenereren. Deze bacterie komt echter zeer frequent voor maar dat wil niet zeggen dat dragers ervan door maagkanker zullen worden getroffen.

 

Symptomen

Een gevoel van een blokkering ter hoogte van de slokdarm, disfagie (slikstoornis) genaamd, is een waarschuwingssignaal dat een endoscopisch onderzoek noodzakelijk maakt. Maagkanker veroorzaakt geen typische symptomen en blijft in de beginfasen dus vaak onopgemerkt. Andere, veel minder specifieke tekenen zoals bloedarmoede, onverklaarbaar gewichtverlies en een aanhoudend gebrek aan eetlust kunnen soms op de aanwezigheid van deze kanker wijzen.


Diagnostiek

Bij een vermoeden van maag- of slokdarmkanker is een endoscopie van deze organen het eerste onderzoek dat wordt uitgevoerd. Het wordt ‘gastroscopie’ of ‘slokdarm-gastroscopie’ genoemd. Deze zeer nauwkeurige techniek wordt onder plaatselijke verdoving of een lichte sedatie uitgevoerd. Men kan dan de wand van de slokdarm en de maag rechtstreeks bekijken en zelfs, als er een tumor is, de plaatselijke omvang ervan bepalen. Klik hier voor meer informatie over dit onderzoek (link naar de fiche ‘gastroscopie’). Dit onderzoek kan worden aangevuld met een echo-endoscopie waarmee men de plaatselijke omvang van de tumor kan beoordelen. Klik hier voor meer informatie over dit onderzoek (link naar de fiche ’echo-endoscopie’)

Er worden vaak andere beeldvormingsonderzoeken uitgevoerd zoals de CT scan met gewone radiologie en een PET-scan in de nucleaire geneeskunde, om de omvang van de slokdarmkanker te bestuderen. Klik hier voor meer informatie over dit laatste onderzoek (link naar fiche ‘Pet Scan’).

 

Behandeling


Kankers van maag en slokdarm worden veelal chirurgisch behandeld. Sommige beginnende, zeer oppervlakkige tumoren kunnen met goed resultaat behandeld worden, hetzij via een endoscopische resectie (gedeeltelijke verwijdering), hetzij met functionele chirurgie naargelang de respectieve indicaties. Dat veronderstelt uiteraard een expertise die alleen bereikt wordt in centra die over ervaren specialisten beschikken. Grotere tumoren vereisen altijd een operatie die bestaat uit het volledig of gedeeltelijk wegnemen van het getroffen orgaan, waarbij de borstkas en/of de buik worden opengelegd. Het belangrijkste onderdeel van de operatie is de volledige verwijdering van alle klieren in de nabijheid van het orgaan waar de tumor ligt. Het betreft lange en delicate ingrepen die uitsluitend in bepaalde westerse centra, waaronder het onze, worden uitgevoerd. Ze vereisen een deskundig chirurgenteam, een ervaren team anesthesisten en een dienst intensieve zorgen die zeer veel ervaring heeft met de opvolging van deze patiënten, die de eerste dagen na de operatie systematisch bij hen doorbrengen. De nauwe samenwerking tussen deze drie teams garandeert de patiënt een optimale zorgverlening waarbij alle risico’s die aan de operatie verbonden zijn, geminimaliseerd worden.

 

Aan bepaalde patiënten voor wie de operatie te verminkend zou zijn of die te zwak zijn om een operatie te ondergaan waardoor de risico’s te groot zouden worden, wordt een combinatie van radiotherapie en chemotherapie voorgesteld die zeer bevredigende resultaten geeft. Deze twee behandelingen worden ambulant gegeven, de radiotherapie in 5 of 6 weken en de chemotherapie in 4 cycli van elk 3 of 4 weken.

De curietherapie, een soort radiotherapie, wordt toegepast op personen die niet met een klassieke externe radiotherapie kunnen worden behandeld. Bij deze methode gebruikt men een metalen draad van radioactief iridium dat op korte afstand werkt (2 tot 3 cm) en dat het mogelijk maakt om de kankertumor in de slokdarm te doen verdwijnen. Deze procedure is niet zo efficiënt als externe radiotherapie maar duurt minder lang en geeft minder bijwerkingen. Ze wordt vaak gebruikt als men veel moeite met slikken heeft (disfagie) omdat de tumor de slokdarm blokkeert. Een alternatief in geval van blokkering is de plaatsing van een slokdarmprothese (er wordt een buisje in de slokdarm geschoven) zodat voeding via de mond mogelijk blijft. Curietherapie wordt overigens vaak gecombineerd met een prothese om de patiënt van de blokkering te verlossen.

 

Als de kanker organen elders in het lichaam bereikt, als hij met andere woorden uitgezaaid is, kan alleen chemotherapie bepaalde voordelen opleveren.

 

De verzorging van patiënten vereist de samenwerking tussen medische oncologen, radiotherapeuten, chirurgen, anatoom-pathologen en gastro-enterologen, die elke week samenkomen om voor elke patiënt afzonderlijk de best mogelijke beslissingen te nemen.



Tumeurs de la peau - Clinique du mélanome

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

 

La Clinique du

mélanome du Centre du Cancer prend en charge les patients atteints de tumeurs pigmentées malignes aussi appelées des mélanomes. Il existe différentes formes de mélanome : la plus fréquente est le mélanome de la peau, les autres sont les mélanomes des muqueuses et ceux qui atteignent l’oeil.


Plus de 1500 nouveaux cas sont diagnostiqués chaque année en Belgique. La fréquence du mélanome de la peau est en constante augmentation; et jusqu’il y a peu elle doublait encore tous les 10 ans.  Le mélanome cutané est particulièrement fréquent chez les jeunes adultes.

La pierre angulaire de l’approche diagnostique et thérapeutique optimale du mélanome est la pluridisciplinarité. Dans notre centre, dermatologues, chirurgiens, oncologues et anatomopathologistes se réunissent chaque semaine dans le cadre de réunions pluridisciplinaires. Cette organisation permet de définir, sur base des connaissances actuelles, l’attitude la plus opportune pour chaque patient.

FACTEURS DE RISQUE ET DEPISTAGE


Les principaux facteurs de risque du mélanome sont un grand nombre de « naevi » ou grains de beauté, surtout s’ils sont irréguliers, et l’exposition excessive au soleil, en particulier lors de la petite enfance.

Le risque de mélanome est plus élevé quand existent d’autres cas au sein de la famille. Plusieurs recherches en cours au Centre du Cancer visent d’ailleurs à mieux comprendre les facteurs génétiques impliqués dans l’apparition de certains mélanomes.

Le mélanome apparaît le plus souvent sur peau saine, mais il peut également se développer à partir d’un « naevus » ou grain de beauté. Pour dépister précocement le mélanome, il est donc conseillé de surveiller l’apparition éventuelle d’un grain de beauté d’aspect un peu inhabituel ou les éventuels changements d’aspect d’un grain de beauté existant. Il est conseillé aux patients à risque de se rendre au moins une fois par an chez le dermatologue afin que ce dernier puisse se livrer à un examen complet.

Notre Clinique du Mélanome organise un dépistage « ciblé », destiné aux familles dans lesquelles un cas est survenu et aux sujets à risque car présentant un grand nombre de grains de beauté ou des lésions pour lesquelles la probabilité d’évolution vers le mélanome est plus élevée.
Cette surveillance a lieu tous les 6 mois par dermoscopie digitalisée. Les photographies des grains de beauté à risque sont enregistrées et comparées au fil du temps.

CONFIRMATION DU DIAGNOSTIC ET TRAITEMENT


Le diagnostic de mélanome cutané est confirmé par l’examen au microscope de la lésion après son exérèse chirurgicale. Toute lésion suspecte requiert une exérèse rapide. La consultation de la Clinique du Mélanome est organisée de sorte que celle-ci puisse être réalisée immédiatement, sans devoir prendre un nouveau rendez-vous chez le chirurgien.

L’étendue de l’excision, effectuée par un chirurgien plasticien, dépend de l’épaisseur du mélanome. Le concours d’un expert en chirurgie plastique permet de réaliser l’exérèse du mélanome en préservant au mieux l’esthétique.

Le grain d beauté enlevé est ensuite analysé au laboratoire par l’anatomo-pathologiste. Cet examen détermine la nécessité ou non d’effectuer une chirurgie complémentaire pour retirer le premier relais de propagation des cellules tumorales, aussi appelé « ganglion sentinelle ».
Si l’analyse du ganglion sentinelle montre qu’il est envahi, tous les ganglions de la zone de drainage sont retirés dans un second temps opératoire.


La probabilité de guérison du mélanome au stade débutant est très élevée. Le diagnostic précoce est donc prépondérant.


Le mélanome peut récidiver. Plusieurs recherches visent à trouver les moyens qui permettraient de diminuer ce risque. Les experts de notre Clinique du Mélanome en collaboration avec les  chercheurs en cancérologie de l’Institut Ludwig ont à cette fin mis au point un vaccin qui permet à l’organisme de lutter contre le développement de nouvelles cellules cancéreuses. Ce vaccin est désormais largement utilisé par les centres de référence internationaux.

Enfin, lorsque le mélanome, diagnostiqué trop tardivement, a entraîné des métastases, la participation à des études internationales permet de bénéficier des traitements les plus récents.

 

Les dépliants de la clinique du mélanome

  • Qu'est-ce que le mélanome
  • Dépistage
  • Soins
  • Informations pratiques
En savoir plus

 



Tumoren van het bekken

Onze deskundigen voor dit soort tumor »


Het bekken bevindt zich in het onderste deel van het abdomen (de buik) en bevat een aantal organen. Bij vrouwen bevat dit anatomisch gebied onder meer de uterus (de baarmoeder) en de ovaria (eierstokken). De baarmoeder bestaat uit twee delen: het onderste, de hals, en het bovenste waar de zwangerschap plaatsvindt, het lichaam. Het endometrium is het slijmvlies, of bekleding en bevindt zich in de holte van het baarmoederlichaam.

Kanker van het endometrium komt meer voor dan eierstokkanker die overigens meer voorkomt van baarmoederhalskanker.

 

 

Symptomen, opsporing en diagnostiek


Baarmoederhalskanker

Er bestaat een efficiënt onderzoek om precancereuze letsels op te sporen: het uitstrijkje.

Het uitstrijkje bestaat uit het afnemen van de oppervlaktecellen van de baarmoederhals tijdens een gynaecologisch onderzoek. Deze cellen worden vervolgens onder de microscoop onderzocht. Omdat baarmoederhalskanker traag evolueert kan het met een regelmatige gynaecologische opvolging in een zeer vroeg stadium worden opgespoord.

Men begint met uitstrijkjes op de leeftijd van 25 jaar. Het onderzoek wordt om de drie jaar herhaald.

Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een virus, het HPV of ‘human papillomavirus’ dat bij seksuele contacten wordt overgedragen.

Hoewel het HPV wijdverspreid is, leidt het slechts zelden tot kanker. Het risico moet nochtans niet verwaarloosd worden, vandaar het grote belang van de inenting tegen het HPV. Omdat het virus bij seksuele contacten wordt overgedragen is het belangrijk om jonge meisjes zo vroeg mogelijk te vaccineren, voor de eerste seksuele contacten plaatsvinden.

Momenteel wordt het vaccin van 12 tot en met 15 jaar terugbetaald (publieksprijs € 130, bij tussenkomst van het RIZIV: € 10 per injectie). De vaccinatie bestaat uit drie injecties.

Dit vaccin zou 70 % van de gevallen van baarmoederhalskanker kunnen voorkomen. Omdat 100 % bescherming onmogelijk is, moet de opsporing zelfs na de vaccinatie wordt gedaan of voortgezet. Voor jonge patiënten van 16 jaar en ouder moet de houding ten opzichte van de vaccinatie met uw dokter worden besproken (huisarts, kinderarts, gynaecoloog, …).

 

Baarmoederhalskanker geeft weinig symptomen, waardoor regelmatige opvolging noodzakelijk wordt. Het kan gemakkelijk worden gediagnosticeerd via een uitstrijkje en een gynaecologisch onderzoek. 

 


Kanker van het endometrium

Het ontstaan van kanker van het endometrium wordt bevorderd door obesitas (zwaarlijvigheid), verhoogde bloeddruk en diabetes (suikerziekte). Kanker van het endometrium komt tot uiting door abnormaal bloedverlies. Als de onderzoeken bij de eerste symptomen worden uitgevoerd gaat het in de meeste gevallen om een vroegtijdige diagnose en zijn de vooruitzichten dus gunstig.

 

Kanker van het endometrium verschijnt meestal boven de leeftijd van 50 jaar.

Als er in de menopauze opnieuw bloedverlies optreedt of als een vrouw die niet in de menopauze is tussen de menstruaties bloedingen krijgt, kan dat soms op kanker van het endometrium wijzen. Deze symptomen zouden moeten aanzetten tot het raadplegen van een arts zodat er snel een diagnose kan worden gesteld.

 

Kanker van het endometrium wordt via een biopsie vastgesteld: er wordt een klein deeltje van de verdachte zone weggenomen en onder de microscoop onderzocht. De afname gebeurt tijdens een ‘endoscopie’ of meer bepaald een ‘hysteroscopie’. Bij dit onderzoek wordt in de vagina een kijkbuis ingebracht met aan het uiteinde een kleine camera.

 

Kanker van de eierstokken

Er bestaan geen eigenlijke risicofactoren voor eierstokkanker. Genetische factoren kunnen meespelen maar de meeste gevallen komen voor bij vrouwen zonder een bepaalde voorgeschiedenis, in de menopauze of daarna.

 

Het is niet gemakkelijk om eierstokkanker in een vroeg stadium vast te stellen. De aandoening kan via buikpijn tot uiting komen. De diagnose kan bevestigd worden via een biopsie die tijdens een ‘laparoscopie’ of een ‘coelioscopie’ wordt uitgevoerd. Deze weinig ingrijpende techniek laat toe om de binnenkant van de buik te bekijken en er afnamen te doen of chirurgische behandelingen uit te voeren zonder de buikwand te openen. Dat is comfortabeler voor de patiënte en verkort de herstelperiode




Behandeling

Kanker van het endometrium wordt over het algemeen behandeld door een hysterectomie of een volledige ablatie (verwijdering) van de baarmoeder. In het Kankercentrum wordt deze ingreep al jaren via een laparoscopie uitgevoerd. Als de baarmoeder via een laparoscopie of coelioscopie wordt verwijderd, hoeft men slechts vier dagen in het ziekenhuis te verblijven. Het is een ingreep die specifiek moet worden aangeleerd en veel ervaring vereist.

 

Omdat kanker van het endometrium vroegtijdig wordt vastgesteld bij vrouwen die zich regelmatig gynaecologisch laten onderzoeken, is er over het algemeen geen andere behandeling nodig. Als de tumor een risico op recidive vertoont (kan terugkomen) wordt er soms radiotherapie gegeven die specifiek op het kleine bekken is gericht.

 

 

Baarmoederhalskanker wordt eveneens behandeld via een hysterectomie die meestal gepaard gaat met de verwijdering van de omliggende klieren. De chirurgische ingreep wordt in sommige gevallen aangevuld met bestraling en chemotherapie. De aanvullende radiotherapie kan gerichter worden toegediend als de grenzen van de tumor nauwkeurig worden aangegeven.

 

Sommige vrouwen wensen hun vruchtbaarheid te behouden. Aan deze wens wordt gehoor gegeven door de baarmoeder, indien mogelijk, slechts gedeeltelijk te verwijderen. Via de oppuntstelling, die grotendeels op basis van de endoscopie gebeurt, kan de omvang van de kanker nauwkeurig worden aangeduid en kan men beslissen of het mogelijk is om een deel van de baarmoeder te behouden, zonder het orgaan volledig te verwijderen.

 

 

Eierstokkanker wordt over het algemeen behandeld met een combinatie van een operatie en chemotherapie.

De nieuwe gerichte therapieën worden gebruikt voor grote internationale studies waaraan referentiecentra zoals het Kankercentrum actief deelnemen.

 

Een optimale behandeling vereist een multidisciplinaire aanpak

De frequent voorkomende combinatie van verschillende middelen zoals chirurgie, radiotherapie en chemotherapie toont duidelijk aan hoe noodzakelijk het is om de eigenschappen van de kanker correct te omschrijven. Zo kan men het zorgprogramma en de opeenvolging van de verschillende behandelingen opstellen. Daarvoor moeten specialisten in beeldvorming en microscopie samenwerken omdat die in staat zijn om de agressiviteit en de omvang van de kanker te beoordelen.

De multidisciplinaire bijeenkomsten die wekelijks in het Kankercentrum worden georganiseerd, zijn dus voor alle specialisten die betrokken zijn bij de diagnose en de behandeling van gynaecologische tumoren. Zo is het mogelijk om conform de huidige zorgnormen de therapeutische benadering te bepalen die het best geschikt is voor elke patiënte.

 

Behoud van de vruchtbaarheid en behandelingen van kanker

Behandelingen van kanker kunnen, ongeacht de ligging van de tumor, soms nefast zijn voor de vruchtbaarheid van vrouwen. Dit nadeel wordt opgevangen door ovariumweefsel in te vriezen bij het Kankercentrum. Er wordt daarvoor een deeltje van de eierstok afgenomen en ingevroren voordat men begint met de behandeling van kanker die mogelijk schade kan toebrengen aan de vruchtbaarheid. Na afloop van de behandeling wordt het eierstokdeeltje via coelioscopie opnieuw ingeplant. Klik hier voor meer informatie over deze techniek.

 

Borsttumoren - Borstkliniek

Onze deskundigen voor dit soort tumor »


OVERZICHT


Borstkanker treft ongeveer een vrouw op tien in Europa. In België worden elk jaar 8.000 tot 9.000 nieuwe gevallen gediagnosticeerd. Twee derde van deze kankers treden op na de menopauze, een derde daarvoor.

Voor de diagnose en therapie van borstkanker doet men noodzakelijkerwijs een beroep op meerdere specialisten die samen en voor elk behandeld geval apart de beste strategie bepalen.

Une partie de l'équipe de la Clinique du Sein

RISICOFACTOREN


In 5 tot 10 % van de gevallen wordt borstkanker beïnvloed door erfelijke factoren.

Borstkanker kan bovendien bevorderd worden door hormonale factoren. Zo verlengen vroegtijdige menstruatie en een late menopauze de periode dat men aan oestrogenen wordt blootgesteld. Een eerste zwangerschap op latere leeftijd, geen zwangerschap, hormonale behandeling die tot de menopauze duurt en zwaarlijvigheid kunnen eveneens borstkanker in de hand werken.

Ten slotte wordt het risico op kanker verhoogd door sommige goedaardige ziekten van de borst en worden sommige toegeschreven aan overmatig verbruik van alcohol of vetten.


SYMPTOMEN EN OPSPORING


In het begin veroorzaakt borstkanker geen symptomen. De diagnose wordt tijdens de opsporing gesteld. Later kan hij tot uiting komen door een knobbeltje, pijn, een verandering van de kleur, een ingetrokken tepel…

Het nationale programma voor opsporing van borstkanker is bestemd voor vrouwen van 50 tot 69 jaar en is gebaseerd op een tweejaarlijkse radiografie van de borsten, een mammografie.
Deze test, die in Brussel ‘mammotest’ wordt genoemd, is een basisonderzoek voor vrouwen zonder speciale risicofactoren.
Als dergelijke factoren wel aanwezig zijn, verschilt de opsporingsstrategie enigszins. Zo worden vrouwen met een goedaardige afwijking in de borst vollediger onderzocht, met bijkomend een echografie, of zelfs een MRI.
In ons centrum bieden we vrouwen eveneens de mogelijkheid om rechtstreeks te genieten van dit volledig onderzoek, op vraag van hun gynaecoloog of behandelend geneesheer.

Tussen 40 en 50 jaar gebeurt de controle jaarlijks. Na 60 jaar alle twee jaar.

Beginnende borstkanker geeft geen symptomen. Opsporing is dus van het grootste belang.

Pour en savoir plus sur le dépistage du cancer du sein, cliquez-ici.


Table de stéréotaxie

BEHANDELING


De behandeling wordt tijdens multidisciplinaire bijeenkomsten besproken omdat deze een operatie, chemotherapie, hormoontherapie of radiotherapie kan omvatten. Deze opties worden overigens vaak gecombineerd en kunnen in functie van het soort kanker variëren. Het is dus belangrijk dat alle specialisten de meest aangewezen houding kiezen, rekening houdende met de kenmerken van de tumor en zijn omvang.

Als er voor chirurgie wordt geopteerd, is de ingreep zoveel mogelijk sparend. Ze wordt soms voorafgegaan door chemotherapie. Na de operatie komt het multidisciplinaire team opnieuw samen om over het vervolg van de behandeling te beslissen: radiotherapie, chemotherapie met of zonder radiotherapie, hormoonbehandeling…

Er lopen studies die proberen om de factoren beter in kaart te brengen waarmee men vrouwen kan uitkiezen bij wie chemotherapie volledig doeltreffend zou zijn. Sommige factoren, zoals de grootte van de tumor of zijn agressiviteit, zijn gedeeltelijk bekend. Er loopt momenteel een grootschalige Europese studie die het belang van genetische profielen wil aantonen. Het multidisciplinaire team voor borstkanker neemt daaraan deel, en eveneens aan internationale studies naar nieuwe behandelingen. Deze koppelen chemotherapie aan hormoontherapie, of meer recent aan therapieën die zich specifiek op tumorcellen richten en omliggende gezonde cellen sparen en daarom ‘gerichte therapieën’ worden genoemd.

Bij de behandeling van borstkanker wordt een beroep gedaan op verschillende domeinen, waaronder ONDERZOEK.

Chemotherapie kan een nadelig effect hebben op de vruchtbaarheid. Het is belangrijk om met dit aspect rekening te houden omdat ook jonge vrouwen door borstkanker kunnen worden getroffen. Diverse technieken, waaronder cryopreservatie, maken het tegenwoordig mogelijk om de functie van de eierstokken en de kansen op zwangerschap intact te laten. Deze technieken werden ontwikkeld door het multidisciplinaire team van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc dat belast is met steriliteit en worden aangeboden aan de patiënten die in ons centrum worden behandeld.
Na het wegnemen van de tumor is reconstructie van de borst eveneens van groot belang. Daarvoor doet men een beroep op plastische chirurgen die de moderne technieken kennen om de soms complexe ingrepen tot een succesvol einde te brengen.

Vue de face et de profil après injection péritumorale.


EEN NOODZAKELIJKE ZORG OM KWALITEIT: HET KLINISCH ZORGPAD


De moderne instrumenten voor de diagnose en de behandeling van borstkanker zijn zowel efficiënt als complex. Ze vereisen eveneens een kwaliteitscontrole.

Aan de hand van een boordtabel met verschillende indicatoren kan men er zeker van zijn dat de gekozen behandelingen ook de goede zijn. De gegevens over het aantal en de soorten chirurgische behandelingen, het optreden van recidieven en complicaties die verband houden met chemotherapie of radiotherapie worden bewaard en regelmatig geanalyseerd.

Ook de operatie wordt op basis van verschillende criteria geëvalueerd.
Door de verzamelde gegevens te onderzoeken kan men de activiteiten van het multidisciplinaire team vergelijken met die van andere internationale referentiecentra en er zeker van zijn dat de gevolgde strategie niet gepaard gaat met een abnormaal aantal ongewenste effecten, complicaties of recidieven.

Tenslotte zijn er de Europese voorschriften voor de diagnose en behandeling van borstkanker. Ze houden verband met het klinisch zorgpad dat elke patiënt mag verwachten. Volgens deze voorschriften moet elke vrouw met borstkanker in de maand volgend op de diagnose worden opgenomen. Er werden eveneens termijnen opgesteld voor de verschillende fasen van het op punt stellen en de opeenvolging van de behandelingen. Naleving van deze normen is belangrijk omdat ze de evolutie van de ziekte beïnvloeden: vertraging bij het begin van de behandeling kan een nadelig effect hebben. Naleving van de Europese normen maakt het mogelijk om het klinisch zorgpad van de patiënte te optimaliseren.

Controles zijn onmisbaar om de kwaliteit van de verstrekte zorgen te garanderen


DE MULTIDISCIPLINAIRE RAADPLEGING


De specialisten van onze Borstkliniek (gynaecologen, medische oncologen, radiotherapeuten) houden wekelijks samen op eenzelfde plaats raadplegingen. Voor de raadpleging wordt elk geval geanalyseerd en besproken tijdens de wekelijkse bijeenkomst van de multidisciplinaire overleggroep (radiologie, pathologie-anatomie, plastische en herstellende chirurgie en voornoemde specialismen) die vlak voor de gemeenschappelijke raadpleging wordt gehouden. Voor patiënten die het wensen is er eveneens een psychologe aanwezig op de multidisciplinaire raadpleging. Daardoor wordt het mogelijk om de zorgverlening van deze ziekte globaal te benaderen en te begrijpen.


De multidisciplinaire raadpleging borstkanker heeft plaats op woensdag van 18.30 u tot 21.30 u op verdieping -1, lokaal B2. Voor een afspraak of tweede opinie: 02/764 18 18 (Chantal Parent, secretaresse) of 02/764 42 14 (Nathalie Blondeel, coördinatrice van de oncologische zorgverlening).


Klik hier voor meer informatie over de multidisciplinaire raadpleging.

Tumoren van het centrale zenuwstelsel

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

Overzicht

Men maakt een onderscheid tussen het centrale zenuwstelsel (CZS) dat uit de hersenen, de kleine hersenen en het ruggenmerg bestaat, en het perifere zenuwstelsel, een geheel van zenuwen die overal in het lichaam te vinden zijn en de structuren die het zenuwstelsel omringen. Tumoren aan het CZS zijn zeldzaam: niet meer dan veertig tot zestig op honderdduizend. De meeste zijn kwaadaardig, vooral die van het centrale zenuwstelsel. In België vormt dit soort tumoren minder dan 2 % van de kankers. Bij kinderen vormen tumoren van het CZS de eerste oorzaak van overlijden door kanker. De oorzaken die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van deze tumoren, zijn grotendeels onbekend. Ioniserende straling staat op de eerste plaats van de risicofactoren voor kankertumoren. De invloed van straling van gsm’s is een onderwerp van discussie in de wetenschappelijke gemeenschap.

 

Symptomen


Vier tekenen doen aan een hersentumor denken: intracraniële hypertensie (hoofdpijn, misselijkheid, braken en veranderingen die zichtbaar worden als de achterkant van het oog wordt onderzocht), epileptische verschijnselen, motorische tekorten (zwakheid in een lichaamsdeel) en cognitieve problemen (geheugenstoornissen en verwardheid). Geen paniek echter: de meeste hoofdpijnen hebben bijvoorbeeld niets met hersentumoren te maken. Kriebelingen of een gebrek aan kracht in een of meerdere ledematen of in een bepaald lichaamsdeel zijn waarschuwingssignalen van een tumor van het perifere zenuwstelsel maar deze tekenen doen zich ook bij veel andere aandoeningen voor.

 

Diagnostiek 

Naast de klassieke onderzoeken met medische beeldvorming en de analyse onder de microscoop van afgenomen weefsels, wordt de diagnose van CZS-tumoren bij voorkeur gesteld via beeldvorming door magnetische resonantie. Deze niet-invasieve techniek zonder bijwerkingen geeft zeer nauwkeurige beelden in 2D en soms zelfs in 3D. Er bestaan nog andere beeldvormingstechnieken, zoals de Pet Scan, deze helpen de chirurgische ingreep voor de diagnose of behandeling zo goed mogelijk te plannen.

 

Behandeling 

Patiënten die aan kanker van het CZS lijden, worden verzorgd door een multidisciplinair team waarin neurochirurgen, neuroradiologen, neuro-endocrinologen, neurologen, medische oncologen, anatoom-pathologen en radiotherapeuten samen elke patiënt apart bekijken om te bepalen welke behandeling het best voor diens specifieke situatie geschikt is.

 

De voornaamste behandeling van de meeste primitieve tumoren van de hersenen is de chirurgie. Elk jaar worden er in het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc meer dan 200 patiënten geopereerd aan kwaadaardige en goedaardige tumoren van het zenuwstelsel. In deze instelling werd een ultramodern chirurgisch complex opgebouwd dat minstens nog een aantal jaren aan de wereldtop zal staan. Een MRI-kamer met een ultrahoog veld is verbonden met de neurochirurgiezaal. Zo kan men de kwaliteit van de ingreep beoordelen voor die helemaal is afgelopen.

Chirurgische technieken zijn de laatste jaren sterk geëvolueerd. Neuronavigatie (interactieve beeldgeleide chirurgie), die reeds 11 jaar wordt gebruikt, laat toe dat de chirurg door de computer wordt geassisteerd. Het toestel projecteert de gegevens op de lenzen van de microscoop die de chirurg voor de operatie gebruikt. Het is een beetje de gps van de chirurg. Zo kan men een letsel met grote nauwkeurigheid vinden en op het computerscherm zien waar de instrumenten van de neurochirurg zich in de hersenen van de patiënt bevinden en precies de weg bepalen om het gekozen doel te bereiken. Deze techniek wordt vooral gebruikt voor ziekten die tot op de millimeter nauwkeurigheid vereisen, zoals operaties van hersentumoren. Deze methode biedt veel voordelen voor de patiënt omdat ze veel comfortabeler is. Dankzij de uiterste precisie van de ingreep kan men de interventiezone veel beter afbakenen met kleinere openingen. De risico’s zijn dus kleiner, men ontwaakt sneller en moet minder lang in het ziekenhuis verblijven.

 

De uitrusting, die uniek is in de wereld, bestaat uit een MRI-kamer met een ultrahoog veld die verbonden is met de neurochirurgiezaal. Neuronavigatie is een courante praktijk geworden.

 

 


Salle d'IRM à très haut champ magnétique couplée à la salle de Neurochirurgie

Vaak kan de tumor niet volledig worden verwijderd wegens zijn infiltratie en het risico op te veel pijnlijke gevolgen voor de patiënt. Postoperatieve bestraling is in dat geval vaak aangewezen. Dankzij de ontwikkelingen in beeldvorming en informatica worden het te behandelen volume en de risico-organen precies afgebakend, waardoor men de bestralingsvlakken zodanig kan plaatsen (in 3 dimensies) dat ze een homogene dosis afgeven aan de tumor zonder de gezonde weefsels in de omtrek te raken. In de neuro-oncologie wordt de bestralingstechniek met Hi-Art Tomografie vooral gebruikt om tumoren aan de schedelbasis te behandelen. Dit toestel maakt een nog beter gerichte bestraling en een veel hogere precisie van de behandeling mogelijk. Slechts enkele centra in België, waaronder het onze, beschikken over een dergelijk apparaat. Klik hier voor meer informatie over de Hi-Art.

 

De verschijning van nieuwe en efficiënte chemotherapiemiddelen in de behandeling van hersentumoren heeft de behandeling van deze kankers radicaal veranderd. Deze chemotherapie kan samen met radiotherapie worden toegediend om bepaalde tumoren te behandelen of om de behandeling ervan aan te vullen. De toediening van deze chemotherapieën verhoogt de overlevingskans van patiënten maar eveneens hun levenskwaliteit.

Een andere omwenteling in de behandeling van kwaadaardige hersentumoren is de komst van doelgerichte therapieën. Bepaalde geneesmiddelen vernietigen specifiek tumorcellen door hun wisselwerking met de receptoren die op de tumorcellen of hun liganden worden uitgedrukt (Anti-EGF). Andere moleculen mikken specifiek op de vaten die de tumoren voeden (Anti-VEGF).

Een andere lijn van ontwikkeling is de identificatie van de genetische handtekening als voorspellende factor van de reactie op een chemotherapie (MGMT-methylatie, chromosomenverlies: 1p19q).


Onderzoek


De onderzoekers in oncologie van het neuroradiologieteam van de afdeling medische beeldvorming werken voornamelijk aan twee thema’s. Het eerste is de definitie van het beste doel van de hersenbiopsie om de chirurg te geleiden bij zijn handeling en om de graad van een tumor zo goed mogelijk te kunnen bepalen voor de behandeling. Het tweede thema is het nauwkeurig aangeven van de therapeutische effecten van de chirurgie, de radiotherapie en de chemotherapie tijdens de behandeling zodat die op basis van de resultaten kan worden aangepast. Bij deze twee thema’s staat de perfusiebeeldvorming centraal in ons onderzoek: beeldvorming via MRI van duizend sneden, die op één minuut worden verkregen om de graad van de neovascularisatie van de tumor te onthullen.


Hoofd - halskankers of kanker van de bovenste luchtwegen

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

Hoofd, Hals en Maxillofaciale Kankerkliniek


OVERZICHT


We onderscheiden twee groepen ‘hoofd- en halskankers’. De eerste groep, die tevens de grootste is, bestaat uit kankers van de mondholte, de keelholte en het strottenhoofd. Ze vertegenwoordigen 90 % van de ‘hoofd en halstumoren’ en worden in de hand gewerkt door tabak en alcohol.
De overige 10 % zijn de meer zeldzame tumoren in de neusholten, de sinussen of in de speekselklieren. Een bijzondere vorm van kanker bevindt zich achteraan in de neusholte. Deze kanker van de nasofarynx treft men voornamelijk aan in Aziatische landen of het Middellandse Zeebekken en wordt vaak veroorzaakt door het Epstein Barr virus waar de patiënt reeds tijdens de eerste levensweken mee wordt besmet.
 
Hoofd- en halskankers, die minder bij vrouwen voorkomen, vertegenwoordigen ongeveer 7 % van de kankers bij de mens. In België worden jaarlijks tussen 1.500 en 2.000 gevallen vastgesteld.

De behandeling is complex en afhankelijk van de kenmerken van de tumor die bepalend zijn voor de keuze tussen chirurgie, radiotherapie, chemotherapie en de nieuwe medicijnen die de kanker op een specifieke manier aanpakken. De beste strategie bepalen houdt in dat er overleg wordt gepleegd tussen specialisten in de verschillende domeinen die in een multidisciplinair team werken.

 

RISICOFACTOREN

 


De overgrote meerderheid van de ‘hoofd en hals’-kankers houden verband met roken en overmatig alcoholgebruik.
Hoewel licht alcoholverbruik geen echt gevaar op kanker inhoudt, verhoogt het risico bij grote hoeveelheden aanzienlijk (een fles wijn, tien tot vijftien glazen bier per dag…).
Als veel roken gepaard gaat met overmatig alcoholgebruik, vormt dat niet eenvoudig een bijkomend effect : het risico vermenigvuldigt met een factor van 5 tot 10.

 

SYMPTOMEN

 


Uiterlijke kenmerken van hoofd- en halskanker treden pas vrij laat op en zijn afhankelijk van de plaats waar de tumor zich bevindt. Een aanhoudend schorre stem is soms een teken dat het strottenhoofd is aangetast. Een letsel achterin de keelholte kan aanleiding geven tot problemen of pijn bij het slikken.
Tandproblemen, hinder bij contact met voedingsmiddelen en spraakproblemen houden soms verband met een aantasting van de mondholte. Als een keelontsteking ondanks een goed gevolgde behandeling met antibiotica niet geneest, hoort men daaraan aandacht te besteden. Soms komt een kanker tot uiting als er ter hoogte van de hals een pijnloze klier verschijnt.
Kort gezegd zijn de symptomen van kankers van het hoofd en de hals over het algemeen in het begin niet erg specifiek: ze worden vastgesteld bij andere ziekten dan kanker. Bij de raadpleging kan men de oorsprong precies vaststellen. Spijtig genoeg worden de signalen vaak genegeerd zodat tweederde van de kankers pas in een gevorderd stadium worden gediagnosticeerd.

 

BEHANDELING

 


Kleine of middelgrote tumoren worden operatief of met radiotherapie behandeld. De kans op genezing ligt hoog en de therapie heeft weinig gevolgen:  de stem wordt gewoonlijk gespaard en men kan al snel na de therapeutische ingreep weer gemakkelijk eten.
De keuze tussen chirurgie en radiotherapie wordt gemaakt na een multidisciplinaire bespreking waarbij de chirurg en de specialist in radiotherapie, samen met de experts die de kenmerken van de kanker (omvang, agressiviteit) identificeerden de meest geschikte benadering bepalen. Daarbij wordt eveneens rekening gehouden met de wensen van de patiënt: de modaliteiten van de twee behandelingen, zoals de duur van de behandeling of de noodzaak voor opname in het ziekenhuis kunnen lichtjes verschillen, wat een impact op de beroepsbezigheden kan hebben.
Regelmatige opvolging is onmisbaar omdat er altijd het risico bestaat dat er in hetzelfde gebied een andere tumor verschijnt. En dat zonder het risico mee te tellen dat roken en overmatig alcoholgebruik inhouden als men ermee doorgaat, en die het risico op long- en slokdarmkanker verhogen.

De meer gevorderde kankers vereisen meestal een gecombineerde behandeling met chirurgie en radiotherapie. Het komt echter vaak voor dat de voorgestelde behandeling radiotherapie koppelt aan chemotherapie of aan toediening van medicijnen die zich specifiek op de tumor kunnen richten. Deze associaties dienen om de doeltreffendheid van de radiotherapie te verhogen.
Bij de keuze tussen de verschillende opties wordt zowel rekening gehouden met hun doeltreffendheid als met hun functionele gevolgen. In geval van een gevorderde tumor aan het strottenhoofd kiest men bij voorkeur voor versnelde of intensieve radiotherapie, gepaard aan chemotherapie of medicijnen, in plaats van een volledige wegname van het strottenhoofd. Beide opties zijn even doeltreffend maar met de eerste kan men de stem beter sparen.
Bij tumors in de mondholte is een operatie, gevolgd door reconstructie vaak meer aangewezen. Temeer daar radiotherapie in de mondholte tot botcomplicaties kan leiden.


ONDERZOEK EN INNOVATIE


 

De behandeling van hoofd- en halskankers boekt op alle fronten vooruitgang. De chirurgen ontwikkelen innoverende technieken, niet alleen voor het wegnemen van de tumor maar eveneens voor de reconstructie van het verminkte orgaan. In het domein van de radiotherapie kan men tegenwoordig de tumor via tomotherapie met grote precisie bestralen zodat men zeer hoge doses kan gebruiken om de kanker te behandelen en toch de gezonde omliggende weefsels kan sparen.
Onze experts van de multidisciplinaire ‘hoofd en hals’-groep hebben aanbevelingen gepubliceerd over de manier waarop men het volume van de te bestralen tumor kan bepalen. Deze aanbevelingen zijn gehomologeerd en worden tegenwoordig op internationale schaal gebruikt.
Tenslotte ontbreekt het niet aan medicijnen voor de behandelingen. Nieuwe moleculen werken specifiek op de kankercellen in, wat zowel tot tijdswinst als tot een verminderde giftigheid leidt. De nieuwe behandelingen met medicijnen zijn veelbelovend als ze gecombineerd worden met chemotherapie of radiotherapie. Ze worden gebruikt in studies die ons centrum samen met andere referentiecentra in Europa of de Verenigde Staten uitvoert.


>> Hoofd, Hals en Maxillofaciale Kankerkliniek

Thoracale en longtumores – Groep thoracale encologie en chirurgie

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

 

 


OVERZICHT

 

Longkanker behoort tot de drie meest voorkomende kankers. Het is de doodsoorzaak van een man op tien in België. Hij komt steeds meer voor bij vrouwen en wordt in de overgrote meerderheid van de gevallen veroorzaakt door tabak.

In België worden elk jaar zo’n 6.000 nieuwe gevallen opgetekend.

Er bestaan twee grote soorten longkanker: ‘niet-kleincellige’ kanker en ‘kleincellige’ kanker. Het is nuttig om een onderscheid te maken tussen de twee groepen omdat de behandeling en vooruitzichten sterk verschillen.
80 % van de gevallen zijn niet-kleincellige kanker en 20 % kleincellige kanker. De laatste soort, die meestal agressiever is, lijkt de laatste twintig jaar steeds minder voor te komen.

Alle gevallen van longkanker die in het Kankercentrum van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc worden behandeld, worden tijdens de wekelijkse multidisciplinaire bijeenkomsten besproken. In deze groep zitten longspecialisten, medische oncologen, anatoom-pathologen, specialisten in medische beeldvorming die de verspreiding van de tumor precies moeten kunnen aangeven, chirurgen, radiotherapeuten, oncologische zorgcoördinatoren , … Door alle competenties te delen kan men voor elke patiënt apart de meest geschikte houding bepalen, conform de meest recente vooruitgang in de geneeskunde.

Longkanker is de voornaamste doodsoorzaak verbonden aan kanker.

 

RISICOFACTOREN

 


Tabak is ongetwijfeld de belangrijkste risicofactor bij longkanker: het is er in 90 % van de gevallen bij betrokken. Het milieu speelt eveneens een rol: sommige kankers zijn te wijten aan blootstelling aan asbest.

 

SYMPTOMEN

 



De symptomen van longkanker treden pas laat op en zijn soms misleidend. Ze komen voor als een verergering van bepaalde symptomen die gewoonlijk aan roken worden toegeschreven, zoals hoesten of ademhalingsmoeilijkheden. De verschijning van bloederige slijmen is vaak een onrustwekkend symptoom. In de beginfase wijzigt de algemene toestand niet. Longkanker wordt vaak toevallig bij een röntgenonderzoek ontdekt.

Lopende studies evalueren het belang van opsporing met een scan van de borstkas bij risicopersonen (rokers ouder dan 40) maar het voordeel van een dergelijke strategie is momenteel nog niet duidelijk aangetoond. Wat nogmaals het belang van preventie benadrukt.

Het beste middel om het risico op longkanker zoveel mogelijk te verlagen, is niet roken.

 

DIAGNOSE

 


Er werd veel vooruitgang geboekt in de diagnostische benadering van longkanker. De modernste beeldvormingstechnieken zijn uiterst efficiënt en maken het mogelijk om de verspreiding van de tumor, en dus ook de gepaste behandeling, zeer precies te omschrijven. De PET scan is een goed voorbeeld. Bij dit onderzoek wordt intraveneus een product ingespoten dat de kankercellen merkt. In het Universitaire Ziekenhuis Saint Luc wordt dit onderzoek tegelijk met een CT scan (gecombineerde PET-CT) uitgevoerd, waardoor de precisie van de diagnose nog toeneemt. Door een bronchiale echo-endoscopie kan men eveneens de verspreidingsgraad van de tumor bepalen door een echografie te doen met een minisonde die in de bronchiën wordt ingebracht. Omdat ze onder plaatselijke verdoving wordt uitgevoerd, is opname in het ziekenhuis niet nodig.
Met een endobronchiale echografie moet men minder vaak een mediastinoscopie doen, een chirurgische procedure waarbij het gebied tussen beide longen wordt onderzocht met een camera die onder algemene narcose in de borstkas wordt gebracht.

Via efficiënte en weinig invasieve beeldvormingstechnieken kan men de verspreiding van de tumor precies beoordelen en de meest gepaste behandeling kiezen.

PET-CT combiné



BEHANDELING


De behandeling van longkanker is afhankelijk van het histologische type en het stadium van de ziekte.

Bij sommige kankers die alleen in de longen voorkomen, wordt de volledige tumor operatief verwijderd. In deze beginfasen zijn de vooruitzichten goed en ze worden nog verbeterd door na de operatie chemotherapie te geven. Bij de ingreep wordt over het algemeen een long of een longkwab weggenomen. Bij rokende patiënten met een gewijzigde longfunctie moet de omvang van de uitsnijding soms beperkt blijven. Dat maakt complexe en delicate handelingen noodzakelijk, zoals het weer implanteren van de bronchiën na het wegnemen van een centrale tumor.

Als de ziekte locoregionaal is verspreid maar als er elders in het lichaam nog geen uitzaaiingen zijn, is de behandeling multimodaal, wat betekent dat ze zowel chemotherapie als radiotherapie omvat. Deze gecombineerde behandeling kan in sommige gevallen worden aangevuld met een gedeeltelijke operatieve verwijdering.

De uitgebreide of metastatische vormen worden met chemotherapie behandeld. De laatste jaren is er een nieuwe klasse medicijnen op de markt gekomen. Het gaat om gerichte therapieën, die zo genoemd worden omdat ze rechtstreeks op de tumor werken zonder de bijwerkingen van de klassieke chemotherapie. De gerichte therapieën worden tegenwoordig gebruikt als chemotherapie faalt maar actuele studies tonen aan dat het belangrijk is om er in sommige gevallen al vroeger mee te beginnen.
Deze studies gaan door in referentie-instellingen. Ons centrum neemt eraan deel, in samenwerking met andere ziekenhuizen in Europa en de Verenigde Staten.

Kleincellige kanker wordt voornamelijk met chemotherapie behandeld, soms in combinatie met radiotherapie. Bij dit soort kanker doet men slechts zelden een beroep op chirurgie.

Alle pathologiën

Onze deskundigen voor dit soort tumor »

 

Diensten voor patiënten en hun familie

  Voor meer informatie

Nos Experts

Découvrez les experts du centre du cancer.

Agenda

Cliniques Universitaires St-Luc, Av Hippocrate, 10 - 1200 Bruxelles - Belgique | Tél: 02/764 11 11 | FAX: 02/764 37 03 | Waar vindt u ons?

2010 Centre du Cancer, Cliniques Universitaires St-Luc  -  Crédit photos - © Clin.univ.St-Luc / H. Depasse