Pijnbestrijding
Pijn is een onaangename zintuiglijke en emotionele ervaring die gepaard gaat met echt of potentieel weefselletsel of dat beschreven is in termen die aan een dergelijk letsel doen denken.
Deze pijn kan ‘lichamelijk’ zijn, maar ook ‘psychisch’ (angst, depressie, woede, schuldgevoelens,..), ‘sociaal’ (administratieve rompslomp, verlies van de maatschappelijke en/of familiale positie, financiële zorgen,…) of ‘geestelijk’ (zin van het leven, angst voor de dood, …).
Men schat dat in het algemeen 30 tot 50 % van de pijnen slecht worden verholpen. Als de zorgverlening optimaal is, zijn echter slechts 5 % van de pijnen niet te behandelen. (zenuwpijnen, toevallige component, tolerantieverschijnsel,…).
Pijnbestrijding moet multidisciplinair worden aangepakt: arts, verpleegster, psycholoog, maatschappelijk assistent, aalmoezenier, kinesist, …
Inzake geneesmiddelen volgen we de verschillende niveaus van de schaal van de WGO. Niveau 1 omvat de niet-morfines, niveau 2 stelt geringere opiaten voor en op niveau 3 vinden we de morfinederivaten. Naast deze verschillende niveaus zijn er de zogenaamde ‘adjuvante’ geneesmiddelen die de klassieke behandeling aanvullen. Tegelijk met de pijn worden eveneens de neveneffecten ervan, zoals verstopping of misselijkheid, behandeld.
We verkiezen orale toediening, die is gemakkelijk en de patiënt blijft zelfstandig, maar naargelang de omstandigheden wordt ze ook onderhuids of intraveneus toegediend.
Als de behandeling met geneesmiddelen ontoereikend is, doen we een beroep op anesthesietechnieken zoals peridurale en zelfs intrathecale verdoving (pijnpomp). We raadplegen bovendien regelmatig de leden van de pijnkliniek die ons waardevolle hulp bieden.
Deze pijn kan ‘lichamelijk’ zijn, maar ook ‘psychisch’ (angst, depressie, woede, schuldgevoelens,..), ‘sociaal’ (administratieve rompslomp, verlies van de maatschappelijke en/of familiale positie, financiële zorgen,…) of ‘geestelijk’ (zin van het leven, angst voor de dood, …).
Men schat dat in het algemeen 30 tot 50 % van de pijnen slecht worden verholpen. Als de zorgverlening optimaal is, zijn echter slechts 5 % van de pijnen niet te behandelen. (zenuwpijnen, toevallige component, tolerantieverschijnsel,…).
Pijnbestrijding moet multidisciplinair worden aangepakt: arts, verpleegster, psycholoog, maatschappelijk assistent, aalmoezenier, kinesist, …
Inzake geneesmiddelen volgen we de verschillende niveaus van de schaal van de WGO. Niveau 1 omvat de niet-morfines, niveau 2 stelt geringere opiaten voor en op niveau 3 vinden we de morfinederivaten. Naast deze verschillende niveaus zijn er de zogenaamde ‘adjuvante’ geneesmiddelen die de klassieke behandeling aanvullen. Tegelijk met de pijn worden eveneens de neveneffecten ervan, zoals verstopping of misselijkheid, behandeld.
We verkiezen orale toediening, die is gemakkelijk en de patiënt blijft zelfstandig, maar naargelang de omstandigheden wordt ze ook onderhuids of intraveneus toegediend.
Als de behandeling met geneesmiddelen ontoereikend is, doen we een beroep op anesthesietechnieken zoals peridurale en zelfs intrathecale verdoving (pijnpomp). We raadplegen bovendien regelmatig de leden van de pijnkliniek die ons waardevolle hulp bieden.
De 'pijn'raadpleging
-
Een ‘pijn’raadpleging bij medische specialisten in de anesthesie, is specifiek bedoeld voor patiënten van het Kankercentrum, zodat ze snel passende verzorging krijgen. Om een afspraak te maken, klik hier

