Pathologische Anatomie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Specialisten in pathologische anatomie onderzoeken, met het blote oog en onder de microscoop, organen, orgaandelen, weefsels en cellen om kanker op te sporen, de aanwezigheid ervan te bevestigen of de kenmerken ervan te bepalen (de verspreiding, agressiviteit, erfelijke aard…). Dit medische specialisme speelt een fundamentele rol in de zorgverlening omdat de behandeling die de patiënt gaat krijgen afhankelijk is van de kenmerken van de kanker.
 

INBRENG

Op het moment van de diagnose houdt het anatomisch pathologisch onderzoek zich bezig met stukjes weefsel, biopsieën genoemd, die weggenomen werden via een endoscopie (een buis die in een holte zoals de maag, bronchiën, de dikke darm of de urineblaas wordt ingebracht en waarmee men dankzij het tangetje aan het uiteinde weefsel kan wegnemen) of met materiaal afkomstig van puncties die met een naald worden uitgevoerd. Soms is wat borstelen of wrijven genoeg om de cellen af te nemen die voor het microscopisch onderzoek nodig zijn, zoals in het geval van een gynaecologisch uitstrijkje. Dat laatste verduidelijkt hoe belangrijk anatomische pathologie is bij het opsporen van bepaalde kankers.

Na de operatie krijgt de anatoom-patholoog het operatiestukje en voert hij een gedetailleerd onderzoek uit op de tumor die tijdens de ingreep werd weggenomen. Nadat hij de passende afnamen heeft gedaan, onderzoekt hij daarna onder de microscoop alle belangrijke elementen die de agressiviteit van de kanker kunnen vaststellen. Het anatomisch-pathologisch onderzoek draagt ten slotte eveneens bij aan de kwaliteitscontrole van de chirurgische behandelingen tijdens en na de ingreep: daarmee wordt het met name mogelijk om gerichte chirurgische handelingen uit te voeren en er zeker van te zijn dat de kanker volledig werd weggenomen.

De anatomie-pathologie levert een belangrijke bijdrage aan de diagnostische en therapeutische benadering van kanker en speelt een bepalende rol in diverse stadia van de ziekte.


ORGANISATIE


In het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc heeft de vooruitgang van de kennis ertoe geleid dat de anatoom-pathologen zich op basis van de verschillende soorten tumoren die in het Kankercentrum worden behandeld, hebben gespecialiseerd en zich sectorgewijs hebben georganiseerd. Dankzij deze organisatie staan ze aan de top van de oncologische kennis waaraan hun activiteit voornamelijk is gewijd, door permanent op de hoogte te blijven van de meest recente vooruitgang en door hun klinische gesprekpartners de sleutelelementen aan te reiken waarmee ze conform de meest actuele standaardnormen zorgen kunnen verstrekken.


De anatoom-pathologen bevinden zich op het kruispunt van verschillende wegen. Ze werken nauw samen met de artsen die de afnamen van organen of weefsels deden die onder de microscoop worden onderzocht (gastro-enterologen, longspecialisten, gynaecologen…) en met behandelingsspecialisten (chirurgen, chemotherapeuten, radiotherapeuten, …). In het Kankercentrum van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc past deze samenwerking met name in het kader van de wekelijkse multidisciplinaire bijeenkomsten waar de specialisten uit deze verschillende domeinen hun kennis en hun observaties met elkaar delen zodat ze patiënten de meest geschikte zorgen kunnen bieden en een behandeling kunnen opstellen die voor elk geval anders is, in functie van het profiel van de tumor dat de patholoog tijdens deze bijeenkomsten aan zijn collega’s doorgeeft.


ONDERZOEK


Naast de macroscopische en microscopische kenmerken richten talrijke onderzoeken in pathologische anatomie zich tegenwoordig op het beter omschrijven van de aard van tumoren. Zo ontstaan er steeds efficiëntere instrumenten waarmee de pathologen onder de microscoop proteïnen kunnen identificeren van wie de productie via bepaalde genen verbonden is aan een minder of meer gunstige evolutie van de tumor. De vooruitgang in dit domein heeft op die manier tot de ontdekking van een groot aantal proteïnen of merkers geleid waarmee men de aard van een tumor beter en preciezer kan bepalen en het gedrag en de mogelijke evolutie ervan beter kan beoordelen. Soms beïnvloeden de merkers de opvolging van de andere leden van de familie: hun aanwezigheid leidt tot het vermoeden dat de kanker van erfelijke aard is en dat raadpleging op het Centrum voor Menselijke Genetica aangewezen is. In andere gevallen worden deze merkers gebruikt om de doeltreffendheid van de behandelingen te voorspellen. De identificatie van deze merkers draagt dus eveneens bij aan de optimalisering van de zorgverlening aan de patiënten. Het anatomisch-pathologisch laboratorium van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc kan driehonderd verschillende merkers identificeren, de meeste hebben te maken met de aard en het gedrag van tumoren.

In het kader van de kankerbestrijding is de dienst pathologische anatomie eveneens betrokken bij studies die de doeltreffendheid van nieuwe behandelingen evalueren. Door de vele activiteiten is het mogelijk om een grote hoeveelheid zogenaamde residuele afnamen te bewaren in een biobank. Dit materiaal wordt, met toestemming van de patiënt, voor onderzoeksactiviteiten gebruikt. Klik hier voor meer informatie over onze biobank.

De dienst pathologische anatomie van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc neemt actief deel aan het opstellen van nationale en Europese aanbevelingen die de kwaliteitsnormen van anatomisch-pathologisch onderzoek vastleggen. Dat onderzoek moet namelijk via een precieze en gestandaardiseerde procedure verlopen, met name wat betreft de werkwijze en het aantal afnamen, de uit te voeren metingen, de beschrijving van de letsels,…Deze aanbevelingen worden in onze dienst pathologische anatomie op alle soorten kankers toegepast.

Moleculaire biologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Kankerchirurgie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

De chirurgie bekleedt een doorslaggevende plaats in de behandeling van de meeste solide kankertumoren, die zo genoemd worden om ze te onderscheiden van kankers van bloedcellen zoals leukemie of lymfomen.


Ze moet aan twee eisen voldoen: enerzijds de tumor volledig wegnemen en anderzijds proberen om, indien mogelijk, de niet aangetaste organen of anatomische structuren te sparen om de levenskwaliteit zo goed mogelijk te behouden. Men moet bijgevolg volledig zijn maar vermijden om een te grote, verminkende beweging te maken die geen bijkomend voordeel voor de evolutie van de ziekte biedt. Deze dubbele doelstelling vormt tegenwoordig een grote uitdaging. Chirurgische spitstechnieken die in referentiecentra worden gebruikt, vragen om chirurgen die gespecialiseerd zijn in kanker en de chirurgie van kankertumoren, (oncologische chirurgie genoemd) en chirurgen die gespecialiseerd zijn in de reconstructie van organen, orgaandelen en weggenomen weefsels.


Kankerchirurgie is dus een op zichzelf staand specialisme dat expertise en onderhoud van de verworven competenties vereist. Dat is alleen mogelijk als de vaak delicate ingrepen regelmatig worden uitgevoerd. De verworven ervaring beïnvloedt de therapeutische resultaten die vaak beter worden naarmate de chirurg meer operaties uitvoert.


Voor en na operaties is een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk.

 

De indicatie en de uitvoering van een chirurgische kankerbehandeling hangen af van de kenmerken van de tumor, de agressiviteit, de verspreiding: niet alleen plaatselijk maar ook regionaal via het kliersysteem en de lymfevaten …Ze wordt op zichzelf uitgevoerd of in combinatie met andere behandelingsmodaliteiten.


Het is eveneens noodzakelijk dat de verschillende specialisten die betrokken zijn bij de diagnose en de behandeling van de ziekte hun kennis en observaties met elkaar delen voor er eventueel wordt geopereerd. Via deze multidisciplinaire benadering kan men voor iedere patiënt de meest geschikte gedragslijn bepalen. De geneesheren-specialisten bepalen welke plaats de verschillende therapeutische instrumenten zoals chirurgie, radiotherapie en medicijnen gaan innemen (chemotherapie, nieuwe moleculen…) en geven precies aan hoe deze instrumenten moeten worden gecombineerd.

Deze bijeenkomsten zijn eveneens noodzakelijk voor de onmisbare kwaliteitscontrole op de chirurgische behandeling: na de ingreep is het belangrijk om de kwaliteit van de uitsnijding te bepalen, of er geen microscopische sporen van kankercellen zijn achtergebleven en het belang van de woekering in de lymfeklieren. Deze beoordeling berust voornamelijk op de microscopische analyse die de anatoom-patholoog uitvoert. Ze bepaalt welke weg men na de operatie zal inslaan en of het nodig is om al dan niet met een bijkomende behandeling te beginnen.

 

De chirurgische behandeling van kanker is het resultaat van een multidisciplinaire benadering waaraan alle specialisten deelnemen die betrokken zijn bij de diagnose en de behandeling van de ziekte.

 

De chirurgie heeft voor elk anatomisch gebied bepaalde, specifieke kenmerken. Voor meer informatie kiest u een tumortype in de lijst hiernaast.

Opsporing en preventie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »


Preventie is het eerste wapen in de strijd tegen kanker. Het ligt binnen ieders bereik en moet een deel vormen van ons dagelijks leven.

Door eenvoudige handelingen en een beetje aandacht kunnen we het risico op deze ziekte verminderen:
 
  • Tabakgebruik vermijden.
  • Gezond en evenwichtig eten, door fruit, groenten en volle granen op te nemen in de voeding en overmatig gebruik van alcohol en vetten te vermijden.
  • Regelmatig bewegen.
  • Langdurige blootstelling aan de zon of de zonnebank vermijden. Om zich tegen de zon te beschermen dient men:

                  - Uit de zon te blijven tussen 12 u en 16 u
                  - Zonnecrème met een voldoende hoge beschermingsfactor te gebruiken

                    die zowel tegen UVB als tegen UVA beschermt.

                    Regelmatig opnieuw aanbrengen.

 

Vroegtijdige opsporing van een tumor verhoogt de genezingskansen van de patiënt. De verschillende medische diensten die in ons centrum betrokken zijn bij de kankerzorg geven patiënten de kans om met gespecialiseerde uitrusting de geëigende opsporingsonderzoeken te ondergaan. Om te weten welke symptomen men in het oog dient te houden en welke specialismen bij de opsporing van tumoren zijn betrokken, kiest u een tumortype in de volgende lijst.

 

Dépistage : Informations pratiques

 

 

 

Centrum Voor Menselijke Genetica

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

 

De genetica bestudeert genen en de structuur en werking ervan. Ze werpt een licht op het mechanisme van bepaalde ziekten zoals kanker en opent therapeutische perspectieven.

 

Genetische afwijkingen en het kankerrisico

 

Kanker begint altijd met de mutatie van een of meerdere genen.

 

Bij erfelijke kankers zijn de afwijkingen aan bepaalde genen vanaf de geboorte aanwezig. Ze maken deel uit van het genetische erfgoed. Bij niet-erfelijke kankers treden de afwijkingen later op. Men spreekt dan van ‘verworven’ afwijkingen. De genetica interesseert zich daar eveneens voor omdat de geïdentificeerde afwijkingen toelaten om de meest geschikte behandeling te bepalen. De afwijkingen onthullen namelijk hoe agressief de tumor is en voorspellen hoe hij zal evolueren.

 

Bij familiale of erfelijke aanleg is het belangrijk om de kanker zo vroeg mogelijk met genetische tests op te sporen omdat de eventuele aanwezigheid van de afwijking gepaard gaat met een verhoogd risico op kanker.

 

Erfelijke kankers vertegenwoordigen 5 % van alle kankergevallen. Typisch is dat ze vroeg optreden, rond de leeftijd van 25 of 30 jaar, en bij verschillende personen van eenzelfde tak van de familie voorkomen. De meest frequente kankers zijn borst- en colonkanker.

 

De raadplegingen voor genetisch advies laat toe om mensen die aan een erfelijke vorm van kanker lijden of aan hun familieleden zoveel mogelijk informatie te geven over het risico dat ze lopen om de ziekte te ontwikkelen of door te geven en over eventuele preventiemaatregelen. In ons centrum, en dat is één van onze kenmerken, worden raadplegingen aangeboden aan families met een risico op borst- of colonkanker. Ze worden dan regelmatig opgevolgd zodat een eventuele kanker zo snel mogelijk kan worden opgespoord.

 

De meest voorkomende vorm van erfelijke colorectale kanker is het Lynchsyndroom of HNPCC. Zeldzamere vormen zijn familiale adenomateuze polyposis en multiple adenomen en de diverse hamartomateuze polyposissyndromen. Klik hier voor meer informatie.

 

Bij erfelijke borstkanker treden meestal mutaties aan de genen BRCA-1 et BRCA-2 op.

 

 

 

 


 Représentation schématique d'un arbre généalogique: les carrés illustrent les hommes, les ronds les femmes, la couleur noire le statut clinique de polypose adénomateuse familiale. Le génotype correspondant à la mutation germinale du gène APC, dont les électrophérogrammes accompagnent la généalogie, est représenté par le sigle - : l'allèle normale du gène APC étant associé au caractère +.

 

 

Genetische afwijkingen en het belang voor de diagnostiek

 

Genetica is van belang voor de diagnostiek. Bij bepaalde kankers geeft ze minstens even goede resultaten als andere onderzoeken. Dat is met name het geval bij sarcomen en bloedkankers.

 

De identificatie van eventuele genetische afwijkingen die gepaard gaan met sarcomen, laat toe om ze beter van elkaar te onderscheiden en dus de meest geschikte behandeling te kiezen. Genetische wijzigingen kunnen namelijk de evolutie en het gedrag van de tumor voorspellen. Het is dus belangrijk om de gegevens die de genetica levert en die van andere onderzoeken (radiologie, microscopisch onderzoek van ziek weefsel…) tijdens de multidisciplinaire bijeenkomsten naast elkaar te leggen.

 

 

Bij bloedkankers kunnen genetische factoren een belangrijke rol spelen in de verschijning van de ziekte of de evolutie ervan als zij van een slapende vorm overgaan naar een meer actieve vorm.

Deze kankers werden vroeger gediagnosticeerd door zich voornamelijk op de morfologie van bloedcellen te baseren.

Door bepaalde merkers, of antigenen, te analyseren die op de oppervlakte van deze cellen tot uitdrukking komen, kan de diagnose verder verfijnd worden. Tegenwoordig kan men via onderzoek van genetische afwijkingen nog beter een onderscheid maken tussen de bloedkankers en de behandeling kiezen die het best geschikt is en mogelijke doelen identificeren binnen de kankercel voor nieuwe geneesmiddelen. Deze zogenaamde ‘gerichte’ therapieën werken specifiek in op de afwijkingen en hebben geen invloed op de rest van het organisme, zoals bij chemotherapie gebeurt. Ze worden dus beter verdragen. Gerichte therapieën zijn het onderwerp van internationale studies waaraan referentiecentra zoals het onze deelnemen.

 

Ten slotte kan men met genetica bij bloedkankers een residuele ziekte opsporen: het gebeurt dat er na de behandeling in het organisme kankercellen achterblijven die niet worden opgemerkt door de gewone onderzoeken. Het is belangrijk om deze zogenaamde ‘residuele’ cellen op te sporen omdat daarvoor soms een bijkomende behandeling nodig is.

 



Een noodzakelijke complementariteit

 

In ons Kankercentrum wordt de vooruitgang die kankergenetica boekt, benut tijdens de multidisciplinaire bijeenkomsten waaraan wordt deelgenomen door genetica en artsen die zich met de diagnose en behandeling van kankers bezighouden. De combinatie van kennis maakt het mogelijk om de meest geschikte benadering te vinden in functie van de patiënt, het soort kanker, de verspreidingsgraad en zijn genetische eigenschappen.

 

Onderzoek

 

In het laatste decennium werd veel vooruitgang geboekt in het domein van de genetica. Dat gebeurde dankzij de ontwikkeling van DNA-chips, echte identiteitskaarten van het genetische erfgoed met een zeer hoge resolutie. Dit instrument is nu beschikbaar in het geneticacentrum en wordt gebruikt bij de typering van kankers die soms moeilijk te klasseren zijn.

 

 

Het onderzoek naar de genetische afwijkingen die met bepaalde kankers gepaard gaan, vereist geavanceerde apparatuur. Met de instrumenten van referentiecentra kan men tegenwoordig de samenstelling van genen zeer gedetailleerd bestuderen.

 

De vooruitgang van de kennis in het domein van de genetica vereist samenwerking met de andere grote internationale centra. Ons Centrum voor Menselijke Genetica maakt daarom deel uit van Europese groeperingen waardoor men een groot aantal observaties kan samenbrengen en homologeren.





Caryotype 24 - couleurs

Eenheid van voeding

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Laboratorium toegepaste moleculaire biologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Het Centrum voor Toegepaste Moleculaire Technologie (CTMA), dat in overleg met het Kankercentrum van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc werkt, houdt zich bezig met het genetische erfgoed van kankercellen. Kanker gaat namelijk gepaard met veranderingen binnen bepaalde genen in de cellen van ons organisme.

De technieken van de zogenaamde moleculaire biologie of moleculaire genetica laten toe om de specifieke wijzigingen van deze genen of moleculen (proteïnen, RNA) die door deze genen worden geproduceerd, te identificeren en te bestuderen.

 

De moleculaire genetica en biologie dragen bij tot een beter begrip van de eigen mechanismen van de werking van onze cellen.

 

Het Centrum voor Toegepaste Moleculaire Technologie leidt tot een translationele onderzoeksactiviteit: die dient om de ontdekkingen die uit fundamenteel, in laboratoria uitgevoerd onderzoek voortkomen, te vertalen naar praktische toepassingen die nuttig zijn voor de verzorging van de zieken.

 

Er bestaan heel wat voorbeelden van de toegevoegde waarde van translationeel onderzoek op gebied van diagnose en behandeling. Zo leidden de werkzaamheden van het Centrum voor Toegepaste Moleculaire Technologieën tot de klinische implementatie van een test voor het opsporen van kankercellen van de prostaat in urine. Deze test is een belangrijk hulpmiddel voor de diagnostische benadering van prostaatkanker en voor het identificeren van pijnloze of agressieve presentatiemanieren. Het Centrum voor Toegepaste Moleculaire Technologie is het enige universitaire centrum in België dat daartoe in staat is en is in dit domein een referentie op Europees vlak geworden.

 

 

Bij colonkanker ziet men nieuwe, zeer efficiënte geneesmiddelen tot stand komen, tyrosine kinaseremmers die zich specifiek op proteïnecellen (Ki-ras) richten en deze blokkeren. De activiteit van deze proteïnecellen is ontregeld en rechtstreeks betrokken bij de ontwikkeling van kanker. Bij colonkanker zijn deze geneesmiddelen echter uitsluitend actief bij niet-gemuteerde vormen van deze ontregelde proteïnen. De vernieuwende technieken die het Centrum voor Toegepaste Moleculaire Technologie ontwikkelde, laten toe om snel in tumorstalen van patiënten te zien of deze cellen al dan niet gemuteerd zijn en dus om snel vast te stellen welke patiënten profijt kunnen trekken uit deze geneesmiddelen.

 

 

Dankzij het Centrum voor Toegepaste Moleculaire Technologie hebben de ontdekkingen van de onderzoekers onmiddellijk effect op de kwaliteit van de zorg die de zieken krijgen toegediend.

 

Dankzij bepaalde geavanceerde instrumenten gaat het onderzoek naar genetische afwijkingen die betrokken zijn bij het optreden van kankers, met rasse schreden vooruit. Zo leiden de technieken van de moleculaire microarrays van hoge en lage densiteit tot de gelijktijdige studie van ettelijke honderden tot duizenden moleculen die het genetische erfgoed vormen. Ze berusten op het gebruik van sonden met verschillende configuraties die in staat zijn om hun eigen equivalente doel te herkennen in het genetische erfgoed en dus kunnen bepalen of deze doelen al dan niet de gezochte genetische afwijking vertonen.

Het Centrum voor Toegepaste Moleculaire Technologie levert inspanningen om deze soms erg complexe technieken te verbeteren en te vereenvoudigen zodat ze gebruikt kunnen worden om de klinische benadering van de diagnostiek en de behandeling van kankers te optimaliseren.

 

Moleculaire microarrays zijn een grote vooruitgang in het onderzoek naar genetische afwijkingen die betrokken zijn bij de verschijning van talrijke vormen van kanker.

 

 

Ten slotte draagt de moleculaire biologie bij tot een efficiënter gebruik van kankerbestrijdende geneesmiddelen. De manier waarop geneesmiddelen in het organisme worden gemetaboliseerd, wordt namelijk ook door de genen beïnvloed. Bepaalde geneesmiddelen kunnen een toxisch effect hebben of bij bepaalde patiënten met een genetische predispositie helemaal niet werken.

De farmacogenetica is gebaseerd op de technieken van de moleculaire biologie en kan snel en efficiënt uitmaken wie een risico loopt en kan dus voorkomen dat er ongewenste effecten optreden, of de patiënten identificeren die er goed of slecht op zullen reageren. Deze nieuwe toepassingen maken het dus mogelijk om geneesmiddelen op individuele basis te selecteren, op basis van hun doeltreffendheid en hun toxiciteit (door in dit geval de dosis aan te passen of een minder toxisch alternatief te kiezen).

 

 

De farmacogenetica, die uit de verenigde vooruitgang van de genetica en de moleculaire biologie ontstond, leidt tot een doeltreffender en veiliger gebruik van de behandelingen tegen kanker.

 

Door de evolutie van de technologieën moet de geneeskunde zich openstellen voor andere disciplines zoals de bio-informatica en de biostatistiek, de biochemie en engineering. Het Centrum voor Toegepaste Moleculaire Technologie werkt nauw samen met het Kankercentrum en binnen een consortium dat deze multidisciplinaire partnerschappen omvat. Deze nieuwe aanpak getuigt van een evolutie die, gezien de complexiteit van de diagnostische en therapeutische benaderingen van kanker en vanuit de bekommernis om deze ziekte steeds efficiënter te beheersen, onvermijdelijk is.

Nucleaire geneeskunde

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Nucleaire geneeskunde is een beeldvormingstechniek die heel nuttig is voor de diagnose van kankers en bij de evaluatie van hun verspreiding. Ze heeft eveneens een therapeutische dimensie.

 

VAN DIAGNOSE TOT BEHANDELING


De stofwisseling en de werking van kankercellen ondergaan wijzigingen. Daarom zijn ze, meer dan normale cellen, ontvankelijk voor radioactieve stoffen, ‘tracers’ genoemd, die bij patiënten worden ingespoten en daarna op de foto’s die in de nucleaire geneeskunde worden gemaakt, worden opgespoord.
Er bestaan veel verschillende tracers. Sommigen zijn conventioneel en worden courant op de dienst nucleaire geneeskunde van de meeste ziekenhuizen gebruikt, terwijl andere, meer specifieke tracers, over het algemeen alleen in referentiecentra beschikbaar zijn.
Nucleaire geneeskunde wordt eveneens voor therapeutische doeleinden gebruikt: sommige tracers zijn namelijk in staat om de kankercellen waaraan ze zich binden te vernietigen. Deze benadering wordt in nieuwe behandelingen aangewend.

De experts in nucleaire geneeskunde, die evenzeer betrokken zijn bij de diagnose als bij de therapie van talrijke kankers, nemen deel aan de multidisciplinaire bijeenkomsten waar, in functie van de kenmerken van de ziekte, de meest geschikte gedragslijn wordt omschreven. Ze proberen om voor elke soort kanker een strategie conform de meest recente wetenschappelijke gegevens te vinden.

 

DE TOEGEVOEGDE WAARDE VAN DE PET-SCAN


De scintigrafie is lange tijd het basisonderzoek geweest.
Bij een scintigrafie wordt in het organisme een tracer ingespoten die zich in een bepaald weefsel concentreert, bijvoorbeeld jodium voor de schildklier, fosfaat voor bot… Deze tracer zendt stralen uit die door een camera worden opgevangen. Naargelang het geval komen de afwijkingen tot uiting als een hyperfixatie of een hypofixatie van de radioactieve tracer.

 

 

De komst van de PET-scan en meer recent van de PET-CT betekende in meerdere opzichten een grote stap vooruit. Met deze technologieën is het mogelijk om de initiële diagnose te verfijnen, om sneller een eventuele recidief op te sporen en om de respons op de behandeling vroegtijdig te evalueren.

 

 

 

Grote finesse in de diagnose

Met de PET-scan verkrijgt men zeer gedetailleerde driedimensionale beelden en informatie over de werking van de cellen.
Hij is niet alleen nuttig voor het opsporen van tumoren maar ook om hun verspreiding te evalueren. Hij beïnvloedt dus de strategie die voor de behandeling wordt aangenomen. Zo is de PET-scan bij longkanker efficiënter dan de conventionele scanner om een eventuele woekering van klieren in de nabijheid van het orgaan op te sporen. Dat is een belangrijke parameter omdat hij toelaat om de gegrondheid van een operatie aan te tonen zonder dat men daarvoor een beroep moet doen op een meer invasief evaluatie-onderzoek.

Evaluatie van de respons en de lokalisatie van herhalingen

De PET-scan maakt het mogelijk om de respons op de radiotherapie of chemotherapie sneller te evalueren. De impact van deze behandelingen op de omvang van de tumor wordt pas na enkele maanden duidelijk als die met de conventionele radiologie wordt beoordeeld, terwijl het effect op de werking van tumorcellen veel sneller optreedt. Bij lymfomen wordt de doeltreffendheid van de chemotherapie bijvoorbeeld reeds twee weken later geëvalueerd en kan men de behandeling desgewenst snel aanpassen. Deze eigenschap van de PET-scan wordt eveneens aangewend om de doeltreffendheid van nieuwe behandelingen te evalueren.

Kankerrecidieven worden vaak opgespoord door de concentratie merkers in het bloed te meten. Een verhoging van de merkers geeft echter geen enkele indicatie over de plaats van de recidief. Met de PET-scan is het mogelijk om de plaats van de recidief te vinden, ongeacht de plaats in het organisme en om uitzaaiingen op te sporen die niet in conventionele onderzoeken werden ontdekt, hetgeen eveneens de therapeutische strategie beïnvloedt.

Tenslotte helpt de PET-scan om het te bestralen volume beter te omschrijven als de tumor via radiotherapie wordt behandeld. De straling wordt preciezer op de tumor gericht en ontziet de gezonde omliggende weefsels. Het is dus mogelijk om hogere doses te gebruiken.

 

Consultez la fiche pratique du Pet-Scan.

 

TRACERVARIËTEITEN


In de nucleaire geneeskunde worden steeds meer geraffineerde tracers gebruikt die naargelang de onderzochte celwerking kunnen verschillen. De meest gebruikte tracer is fluor, gekoppeld aan een suikermolecule (om fluoro-deoxy-glucose of FDG te vormen). Deze tracer wordt traditioneel gebruikt voor opsporingen en spreidingsbilans en om de respons op de behandeling van kankers te evalueren.
We beschikken eveneens over acetaat dat met koolstof wordt gemarkeerd om de synthese van de celmembranen in levertumoren te evalueren, over met koolstof gemarkeerde methionine om de synthese van proteïnen in hersentumoren te beoordelen, sodium fluoride dat informatie geeft over botvorming,…
In ons centrum wordt er onderzoek gedaan naar verschillende nieuwe tracers waarmee men onder meer zones in tumoren zou moeten kunnen opsporen die onvoldoende zuurstof krijgen (deze zones bieden vaak weerstand tegen de behandeling) en de diagnostische benadering van prostaatkanker moeten kunnen verfijnen; traditionele tracers zijn bij deze ziekte namelijk niet erg efficiënt.

Hoewel de PET-scan al verschillende jaren bestaat, verhogen nieuwe tracers voortdurend de prestaties van het apparaat. Ze worden in referentiecentra ontwikkeld omdat daarvoor een ultramoderne infrastructuur en onderzoekseenheden nodig zijn.
 
Sinds maart 2000 werden er meer dan 11.000 onderzoeken uitgevoerd bij patiënten met diverse tumoren, voornamelijk tumoren aan de longen, spijsvertering en lymfen. In maart 2007 hebben we een nieuwe camera geïnstalleerd die een PET-scanner en een CT-scanner in een enkele machine samenbrengt. Dankzij de PET-CT kunnen we zowel genieten van de hooggevoeligheid inzake opsporingen van de PET-scan als van zijn capaciteit om precies de haarden te lokaliseren die de tracer opvangen, bijvoorbeeld om een biopsie of een behandeling te leiden.

De installatie van een PET-CT camera van de laatste generatie en de beschikbaarheid van meerdere tracers zorgen ervoor dat het Kankercentrum van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc over een ultramodern diagnoseplatform voor de beeldvorming van kankers beschikt.

Medische Oncologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

WAT IS MEDISCHE ONCOLOGIE? 


Medische oncologie ontstond als discipline als gevolg van doeltreffende kankerbehandelingen met medicijnen. Medische oncologen zijn specialisten in de medicinale behandeling van alle tumoren, met uitzondering van kwaadaardige hematologische tumoren (bloedziekten).
Ze bezitten een grondige kennis over kankermechanismen en de manier waarop de geneesmiddelen werken die voor behandeling van kankers worden gebruikt en de eventuele complicaties van deze medicijnen.

Deze behandelingen met medicijnen zijn de volgende:
•    Chemotherapie
•    Hormoontherapie
•    Immuuntherapie
•    Nieuwe gerichte therapieën
•    Gentherapie
•    …

Medische oncologen vervullen een belangrijke rol op verschillende momenten in de geschiedenis van de ziekte.


Kankers die in een bepaalde fase worden gediagnosticeerd, worden meestal succesvol behandeld met operaties en/of radiotherapie.
Een behandeling met medicijnen kan soms nuttig blijken voor men de tumor wegneemt of bestraalt. Met deze ‘neoadjuvante’-behandeling kan men het letsel verkleinen en het daardoor gedeeltelijk verwijderen als een operatie eerst onmogelijk of te zwaar was. Bij botkankers is het dan bijvoorbeeld in sommige gevallen mogelijk om amputatie van een lidmaat te voorkomen en een meer lokale en minder verwoestende chirurgische behandeling te kiezen.

Bovendien is het in sommige gevallen aangewezen om de chirurgische ingreep of de bestraling aan te vullen met een behandeling met medicijnen, die ‘adjuvante’ behandeling wordt genoemd.
Deze adjuvante chemotherapie dient om herval van de kanker te voorkomen door de micrometastasen te elimineren en ze is dus vaak een belangrijke fase op de weg naar genezing. De adjuvante behandeling met medicijnen is van doorslaggevend belang bij een groot aantal kankers zoals borst-, long- en colonkanker.

Soms, als de tumoren uitgezaaid zijn (metastasen), is chemotherapie de eerstekeus behandeling.
Met het verschijnen van nieuwe chemotherapiemoleculen zoals bijvoorbeeld derivaten van taxaan voor borstkanker en meer recent, de ‘gerichte’ behandeling met medicijnen die kankercellen doeltreffender vernietigen en omliggende gezonde weefsels sparen, verbeterden de vooruitzichten bij uitgezaaide kankers aanzienlijk.
Zo kan men bij colonkanker, via een behandeling met nieuwe chemotherapieën die indien nodig gecombineerd worden met een gerichte therapie, bij sommige patiënten uitzaaiingen van de lever behandelen die vroeger niet operabel waren en op die manier betere kansen voor genezing scheppen.
Medicijnen, hetzij van de chemotherapie of van de zogenoemde ‘gerichte’ therapieën spelen dus een belangrijke rol bij de behandeling van kanker.

De medische oncologen van het Kankercentrum omschrijven samen met de andere actoren die bij de diagnose en de therapie van de kanker betrokken zijn, de houding die voor elke patiënt de beste is.
De gecombineerde competenties van specialisten op gebied van beeldvorming en microscopie, specialisten van organen, oncologen, chirurgen en radiotherapeuten maken het mogelijk om het gewenste kwaliteitsniveau te bereiken.




Une partie de l'équipe de l'hôpital de jour

 

 

DE DAGELIJKSE VERZORGING

 

Behandelingen met chemotherapie vinden meestal plaats in de dagkliniek. Opname in het ziekenhuis is niet nodig. Het aanleggen van een permanent intraveneus katheter, port-a-cath genoemd, verbetert het comfort van de patiënt.
De manier waarop chemotherapieën worden toegediend verandert echter wel; intraveneuze inspuitingen worden steeds meer vervangen door de meer comfortabele inname van tabletten.
Nieuwe medicijnen die preventief worden toegediend, vermijden bovendien misselijkheid en vervelend braken.

Het Kankercentrum van het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc was een van de eerste instellingen die een ambulante behandeling ontwikkelde.
Het merendeel van de chemotherapieën wordt tegenwoordig in de dagkliniek toegediend. Deze organisatie van de zorgverlening draagt bij aan het comfort van de zieken.

De meest intensieve chemotherapieën worden in onze gewone opname-unit uitgevoerd die gewijd is aan kanker. In deze unit worden eveneens patiënten opgenomen met complicaties van de behandeling en de ziekte.

 

 


Une partie de l'équipe de l'unité de soins


ONDERZOEK


Dankzij hun kennis over de kankermechanismen voeren specialisten in medische oncologie onderzoeken uit om nieuwe moleculen met een steeds verfijndere werking te ontwikkelen en te evalueren waarmee men het gedrag van kankercellen steeds beter kan verstoren en gezonde cellen kan sparen.

Het oncologie laboratorium is betrokken bij verschillende projecten die de ontdekkingen uit het fundamentele onderzoek wensen over te dragen naar klinische toepassingen. Deze onderzoekswerkzaamheden hebben hoofdzakelijk betrekking op de immuuntherapie voor melanomen en over de associaties tussen immuuntherapie, chemotherapie en radiotherapie bij de behandeling van kanker.



De studies die ze met de laboratoriumonderzoekers uitvoeren, leidden tot de ontdekking van nieuwe moleculen, die doeltreffender zijn en beter worden verdragen.

Deze spitsbehandelingen worden eerst gebruikt in het kader van grote internationale studies waaraan academische referentiecentra deelnemen, zoals onze medische oncologie-unit die permanent meer dan 60 onderzoeksprotocollen beheert.

 

Voortgezette (palliatieve) zorgen

Onze deskundigen voor deze specialiteit »
In sommige gevallen is de behandeling om de ziekte te genezen of te controleren niet meer doeltreffend genoeg. Dan wordt het doel het behoud van de levenskwaliteit en het comfort van de patiënt.
In deze fase gaat de ‘eenheid voortgezette zorgen’ een rol spelen. Dit team bestaat uit specialisten in de oncologie, huisartsen, verpleegsters, kinesisten, psychologen en maatschappelijk werkers. Daarnaast is er de steun van vrijwilligers die de zieken en hun omgeving hun aanwezigheid en beschikbaarheid aanbieden.

De voortgezette of palliatieve zorgen vormen een zeer specifiek domein. De mensen die er werken, kregen een opleiding over de relatie van hulp, luisteren, psychologische omkadering van kankerpatiënten, begeleiding van de verwanten, symptoomcontrole van de ziekte in een gevorderd stadium of het nemen van beslissingen op basis van naleving van ethische principes.

De leden van het team voor voortgezette zorgen hebben zowel gemeenschappelijke als specifieke competenties. De optelsom van al die competenties dient eenzelfde doelstelling: het comfort en de levenskwaliteit van de zieke.

In ons centrum bestaat de voortgezette zorg unit uit drie entiteiten: een ziekenhuis unit, een interface team en een mobiel team.

De ziekenhuis unit heeft verschillende functies. Als het nodig of gewenst is, worden er terminale patiënten opgevangen en worden er de specifieke zorgen verstrekt die in deze situatie nodig zijn.
Het is er eveneens mogelijk om het effect van de toegediende behandeling in een gevorderd stadium van de ziekte te beoordelen of om er bepaalde symptomen, zoals pijn optimaal te controleren. Ten slotte kan het gebeuren dat de verwanten van de terminaal zieke zelf behoefte hebben aan een ‘adempauze’ omdat ze een zware periode doormaken.

De architectuur van de ziekenhuis unit bevordert zowel intimiteit als gezelligheid. Ze is zo ontworpen dat verwanten er kunnen verblijven.

Het interface team houdt zich bezig met terminale zieken die thuis verblijven. Men doet een beroep op dit team als de verzorgenden die de patiënt dagelijks opvolgen (huisartsen, verplegers,…) dat vragen: ze biedt hulp aan voor specifieke zorgen zoals pijnstillers via een pompje. Het interface team vormt eveneens een verbinding tussen ‘thuis’ en het ziekenhuis.

Het mobiele ‘intra muros’-team ten slotte helpt zieken die in de verschillende afdelingen van de ziekenhuisinstelling zijn opgenomen. Net zoals de overige teams staat ze ten dienste van zieken wiens behandeling (die oorspronkelijk diende om de kanker te genezen of onder controle te houden) niet meer bevredigend is.
Het mobiele team draagt eveneens bij tot een betere symptoomcontrole, verleent psychologische steun aan de zieke of zijn verwanten, en helpt bij het verlaten van de gespecialiseerde dienst (terugkeer naar huis, begeleidingsdienst, overbrenging naar een ziekenhuisafdeling voor palliatieve zorgen of naar een rust- en verzorgingstehuis, met of zonder de hulp van een begeleidingsteam…) de weg bepalen die er moet gevolgd worden.
Net zoals het interface team komt het mobiele ‘intra muros’ tussen als de afdeling waar de zieke is opgenomen, daarom vraagt.

Spécialités d'organes

Onze deskundigen voor deze specialiteit »


Le médecin spécialiste d’organes est, comme le nom l’indique, un médecin spécialisé dans un ou plusieurs organes ou encore une région anatomique du corps. C’est chez lui que les patients vont être envoyés en cas de symptômes suspects. C’est lui qui effectuera le bilan permettant d’établir le diagnostic et, en cas de tumeur maligne, de la stadifier. Les spécialistes d’organes interviennent aussi souvent dans le traitement soit chirurgical (ex : gynécologue, ORL,..), soit endoscopique (ex : gastro-entérologue) ou soit encore médicamenteux.

Pour en savoir plus sur leur intervention dans le diagnostic ou le traitement de certaines tumeurs en particulier, cliquez ici

Thoracale en abdominale chirurgie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Abdominale chirurgie en transplantatie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Anesthésiologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Neurochirurgie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Dépistage du cancer du sein

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Le cancer du sein reste la première cause de mortalité entre 50 et 69 ans chez la femme. Une femme sur 10 peut développer un cancer du sein et sa détection précoce permet d’augmenter considérablement les chances de guérison et de survie.

Le dépistage se fait de 2 manières :

-Soit par dépistage personnalisé, il s’agit d’un bilan sénologique demandé par le gynécologue ou le médecin généraliste. Il comporte un entretien, un examen clinique, une mammographie et le plus souvent une échographie, réalisés lors d’une seule consultation spécialisée.
Ce bilan est conseillé chez les femmes à partir de 40 ans, tous les ans jusqu’à 50 ans puis tous les 2 ans sans limite d’âge.

-Soit par le mammotest qui est un dépistage de masse national gratuit sur invitation, réalisé entre 50 et 69 ans tous les 2 ans, dans un centre agréé. Il comprend une mammographie interprétée de façon indépendante par 2 radiologues (double lecture) et en cas de discordance, une troisième lecture est réalisée.

Dans notre centre, nous réalisons des bilans sénologiques personnalisés, à la demande des gynécologues et des médecins généralistes.
Les patientes sont adressées soit pour un dépistage, soit pour une surveillance après traitement d’un cancer du sein, soit pour une mise au point d’une anomalie, soit pour un complément de bilan réalisé à l’extérieur et un second avis.

Les patientes sont accueillies dans le service de mammographie par des techniciennes spécialisées en sénologie qui réalisent la mammographie. Cet examen nécessite une technique rigoureuse et un matériel performant régulièrement contrôlé.
Après la mammographie, un entretien et un examen clinique sont effectués par un radiologue sénologue expérimenté. Le plus souvent, une échographie complète la mammographie. Elle permet de détecter des lésions non vues à la mammographie dans les seins denses. Elle est réalisée par le radiologue avec un échographe de dernière génération.

La concordance entre l’examen clinique, la mammographie et l’échographie permet de conclure.
Les résultats, le plus souvent bénins, sont envoyés au médecin référent après comparaison avec les bilans précédents.

En cas d’anomalie, des examens complémentaires sont effectués.

 

Le plus souvent, une simple ponction à l’aiguille fine suffit. Elle est réalisée sous contrôle échographique, peu douloureuse, rapide. Elle permet de vider des kystes ou de prélever des cellules dans un nodule. Les résultats sont fiables dans 90 % des cas et sont obtenus dans des délais courts.

En cas de lésion douteuse, des micro ou des macrobiopsies sont effectuées soit sous contrôle échographique en cas de lésion visible à l’échographie, soit sous stéréotaxie (guidage mammographique) sur table dédiée. Ils permettent d’obtenir un échantillon de tissu mammaire qui permettra une analyse histologique des prélèvements.
La seule précaution, est l’arrêt de l’aspirine et des anticoagulants type Sintrom 1 semaine avant la procédure.

Sous échographie, les prélèvements sont fait après anesthésie locale, la procédure dure entre 10 et 20 minutes et est habituellement non douloureuse.

Sous stéréotaxie, les prélèvements concernent les lésions non visibles à l’échographie comme par exemple, les foyers micro-calcifications. L'unité de sénologie des Cliniques universitaires Saint-Luc a fait l’acquisition il y a quelques années d’un système de prélèvement par aspiration -Mammotome- et, plus récemment, d’une table stéréotaxique dédiée.
Ces macrobiopsies se font en consultation externe, avec une durée (installation comprise) de 1 heure en moyenne, la patiente pouvant reprendre une activité normale par la suite.
L’association du Mammotome et de la table stéréotaxique dédiée permet une amélioration de la prise en charge des patientes, tant du point de vue du diagnostic que du confort. 

 

La table stéréotaxique dédiée permet :
- Une amélioration importante du confort de la patiente ; celle-ci est allongée sur le ventre, le sein placé dans une fenêtre et l'équipe médicale travaillant sous la table (la patiente ne voit pas la procédure). Une fois placée dans le sein après repérage stéréotaxique, l'aiguille est laissée en place et tourne sur 360°, permettant la réalisation de plusieurs prélèvements dans différentes directions. La durée moyenne du geste est de 20 minutes.
- Une meilleure accessibilité des lésions, une aspiration permettant le contrôle d'un éventuel hématome.

 

 
Table de stéréotaxie dédiée
   
Mammotome

La troisième technique d’imagerie des seins après la mammographie et l’échographie est la résonance magnétique nucléaire ou IRM mammaire.
Ses indications sont précises et limitées.


Le bilan sénologique permet le dépistage, le diagnostic et la surveillance des pathologies mammaires. C’est un examen complet réalisé par une équipe spécialisée avec du matériel performant.

Radiotherapie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »


Radiotherapie is een onmisbaar instrument voor de behandeling van een groot aantal tumoren. De radiotherapeuten maken dan ook deel uit van alle multidisciplinaire groepen van het Kankercentrum van het universitaire ziekenhuis Saint-Luc.
Naast de chirurgen en oncologen die gespecialiseerd zijn in chemotherapie nemen ze dus actief deel aan de behandeling van kankers. Ze kunnen in elk van de gevallen die tijdens de multidisciplinaire bijeenkomsten worden besproken precies de voordelen van bestralingstechnieken beschrijven.

Radiotherapie alleen of samen met andere therapeutische modaliteiten kan een groot aantal tumoren genezen. In de andere gevallen is ze gericht op het controleren van bepaalde ziektesymptomen zoals pijn, en kan ze de levenskwaliteit verbeteren.



Appareil Hi-art de Thomotherapy installé dans notre centre

 

 

WAT IS RADIOTHERAPIE?

 

 

Radiotherapie is het bestralen van kankercellen met röntgenstralen. Deze kwaadaardige cellen zijn door talrijke mutaties reeds verzwakt en kunnen de blootstelling aan bestraling slechts met moeite overleven. Radiotherapie biedt behandeling onder de vorm van kleine dagelijkse doses die normale cellen gemakkelijk kunnen verdragen maar die kankercellen steeds meer vernietigen. Door de bestraling te spreiden, komen bijwerkingen aanzienlijk minder vaak voor en zijn ze minder zwaar. Omdat radiotherapie preciezer werkt, wordt ze ook beter verdragen. Ze wordt in de meeste gevallen ambulant uitgevoerd, opname in het ziekenhuis is niet langer noodzakelijk.


Bij radiotherapie kan men twee technieken onderscheiden:

 

• Curietherapie, of interstitiële radiotherapie


In sommige gevallen, vooral als de te behandelen tumor klein is, gebruikt men een specifieke bestralingstechniek. Die wordt curietherapie (brachytherapy in het Engels) genoemd, naar de naam van Marie Curie die aan het eind van de negentiende eeuw radium ontdekte.
Naargelang de te behandelen zone gaat men radioactieve korreltjes inspuiten of dunne radioactieve plaatjes inbrengen die in contact met de tumor blijven en hun stralen langzaam zullen afgeven. De applicatie (de term die in curietherapie wordt gebruikt) verloopt onder algemene narcose en, indien nodig, onder controle van een gesofisticeerde echografie waarmee men het orgaan in drie dimensies kan bekijken. De dosis wordt tijdens de implantatie berekend (dosimetrie) zodat men wijzigingen kan aanbrengen als en wanneer dat noodzakelijk zou blijken.
In ons centrum wordt curietherapie in vier domeinen gebruikt: oogmelanomen (en bepaalde andere tumoren), borstkanker, huidkankers en prostaatkanker. Een bijkomend domein is de behandeling van recidiverende keloïden (abnormaal littekenweefsel), maar die behoort niet tot het domein van de oncologie.


Klassieke radiotherapie of externe radiotherapie


Dat is de techniek die het meest wordt gebruikt om kanker met radiotherapie te behandelen. De tumor wordt dan met behulp van lineaire versnellers bestraald.

Onze dienst radiotherapie beschikt over 3 lineaire versnellers, waaronder de Hi-art, van Tomotherapy, die onlangs door ons centrum werd aangekocht en die een van de eerste in Europa is. Daarmee kunnen moeilijk bereikbare tumoren worden bestraald terwijl de gezonde weefsels rond de tumor worden gespaard. Klik hier voor meer informatie over tomotherapie (link naar het artikel ‘tomotherapie in newsletter1’)

Klik hier voor meer informatie over het verloop van een behandeling met radiotherapie.


Vue du "pilote" de l'appareil Hi-art

 

 

INNOVATIE EN EXPERTISE

 


Bestralingstechnieken hebben de laatste jaren een enorme vooruitgang geboekt. Door de inbreng van informatica is het tegenwoordig mogelijk om de tumor te lokaliseren en zijn positie met grote precisie te bepalen. Het is dus mogelijk om de kanker massaal te bestralen en toch de nabijgelegen gezonde structuren te sparen. De computerrevolutie is nog lang niet ten einde en zal ongetwijfeld tot nieuwe vooruitgang in het gebruik van stralen leiden.

De ervaring die ons centrum verwierf in het bepalen van de plaats die de tumor in het organisme inneemt en zijn kenmerken (vorm, verspreiding, lokalisatie ten opzichte van aangrenzende vaten…) wordt internationaal erkend (bijvoorbeeld: GrégoireV, Scalliet P, Ang KK (éditeurs). Clinical Target Volume in Conformal and Intensity Modulated Radiation Therapy. Springer-Verlag Berlin Heidelberg New York. 2004). De vooruitgang op het gebied van beeldvorming wordt volledig gebruikt om de manier waarop radiotherapie wordt aangewend te optimaliseren en dat dankzij de nauwe samenwerking tussen experts in beeldvorming, radiotherapie en anatomie. De onderzoekseenheid van de dienst radiotherapie wijdt een groot deel van haar activiteiten aan beeldvormingstechnieken die op radiotherapie worden toegepast.


De bestraling van kankers wordt steeds preciezer. Op het letstel worden massale doses afgegeven terwijl de aangrenzende, gezonde structuren worden gespaard. Ons Hi-art TomoTherapy apparaat maakt het mogelijk om deze resultaten te bereiken, zelfs bij moeilijk bereikbare tumoren.
Door de vooruitgang in de beeldvorming kunnen we de manier waarop de stralen worden afgegeven, optimaliseren.


Op de dienst radiotherapie werken in totaal bijna 40 mensen .
Daarbij zijn ook medische fysici inbegrepen, het zijn er even veel als er artsen zijn.
Het is hun taak om voortdurend de goede werking van deze ultramoderne apparatuur te controleren, de ijking van de meetinstrumenten,…
Dat geeft een idee van de grote aandacht die besteed wordt aan de kwaliteitscontrole van de zorgen: bestralingstechnieken worden namelijk steeds complexer en vereisen steeds meer gesofisticeerde apparaten.
De bestraling gebeurt volgens een uiterst strenge procedure. Ze wordt eerst op het scherm gesimuleerd. De controles achteraf dienen om ervoor te zorgen dat de bestraling van de patiënt op alle punten overeenstemt met de gegevens die in de voorbereidende fase werden berekend. Door deze zeer drastische controleprocedures worden ongelukken vermeden.


De bekwaamheid op het gebied van kwaliteitscontrole van de experts in radiotherapie van het Kankercentrum kreeg internationale erkenning. Ze uit zich in de ontwikkeling en publicatie van programma’s voor kwaliteitszorg die als referentie dienen.

 


Séance de simulation avec masque

Coordonateur de recherche académique

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Onco-Psychologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Radiologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Sinds enkele jaren wordt er heel wat vooruitgang geboekt op het gebied van de diagnose, de behandeling en de opvolging van kankerpatiënten, met name dankzij de snelle evolutie in medische beeldvorming. Dit medisch specialisme gebruikt zowel stralingsmethoden zoals de traditionele radiologie, de CT scanner, angiografie, fluoroscopie, als niet-stralingstechnieken zoals echografie en nucleaire magnetische resonantie. Elke beeldvormingmodaliteit heeft zijn eigen voor- en nadelen die radiologen en clinici kennen en die ze dus in functie van de klinische context, het bestudeerde orgaan of het te evalueren tumortype uitkiezen.

 

STRALINGSMETHODEN

 

Röntgenstralen moeten op een gepaste manier worden gebruikt omdat verkeerd gebruik nadelige effecten kan hebben voor de onderzochte organen. In deze context werd er de laatste jaren een grote technologische vooruitgang geboekt om de beeldkwaliteit in de radiologie te verbeteren en de blootstellingduur aan röntgenstralen te verkorten. De onmiddellijke gevolgen van deze vooruitgang zijn dat het beeld nu veel sneller wordt verkregen en dat men toegang heeft tot hoge resolutie (fijnere details). Omdat de patiënt tijdens het onderzoek niet mag ademen, kan men nu dankzij deze verbeteringen een veel groter gebied onderzoeken en hoeft men de adem niet meer zo lang in te houden. Met de CT scanner, een methode die gebruik maakt van röntgenstralen, kan men zodoende binnen een paar seconden beelden van de ganse borstkas verkrijgen, met sneden van minder dan 1 mm. Amper tien jaar geleden duurde het ongeveer 30 seconden voor een beeld van hetzelfde gebied, met sneden van ongeveer 5 mm.

 


TECHNIQUES NON IRRADIANTES

 

De niet-stralingstechnieken voor beeldvorming hebben eveneens hun voor- en nadelen. Een echografie is volkomen ongevaarlijk maar de kwaliteit van het beeld en de diagnose zijn sterk afhankelijk van de ervaring van de uitvoerende arts. Met beeldvorming via magnetische resonantie (MRI), kan men, in tegenstelling tot een echografie, globale beelden verkrijgen van sneden van het bestudeerde orgaan en het dus gemakkelijker onderzoeken. Er werden eveneens aankopen gedaan in verschillende ruimtelijke opnamen om bepaalde afwijkingen te verduidelijken. Het grote voordeel van deze techniek ten opzichte van de CT scanner die eveneens beelden in sneden geeft, is dat men bepaalde weefsels zoals vet goed kan onderscheiden. De MRI levert ook bij herhaaldelijk gebruik geen gevaar op voor de patiënt. Patiënten die ijzeren of magnetische voorwerpen zoals een pacemaker of bepaalde materialen voor botbevestiging dragen, kunnen echter niet op deze manier worden onderzocht. Het gaat bovendien om een relatief duur soort onderzoek.


PET CT

 

Een laatste techniek, PET-CT genaamd, werd pas onlangs in het arsenaal van de medische beeldvorming geïntroduceerd. Het gaat om een scanner die twee technieken van medische beeldvormingtechnieken combineert: röntgenstralen (CT) en positron emissie tomografie (PET). Met deze nieuwe technologie volstaat een enkel onderzoek om een idee te krijgen over de werking en vorm van organen. Dankzij de uiterst nauwkeurige beelden die deze succesvolle combinatie oplevert, kan men bij bepaalde aandoeningen beter een diagnose stellen. Voor meer informatie over de PET CT, klik hier (link naar PET CT).

Er bestaan verschillende technieken voor medische beeldvorming en ze hebben elk hun eigen voor- en nadelen. Naargelang het geval dragen ze echter allemaal bij aan de diagnose en de planning van de kankerbehandeling.

 


De beslissing om deze of gene radiologische techniek te gebruiken voor het stellen van de diagnose, is afhankelijk van het type kanker en wordt met name bepaald door het deel van het lichaam dat men wenst te onderzoeken. Om een longletsel van een rokende patiënt te onderzoeken, zal de longspecialist hem bijvoorbeeld eerst onderzoeken en dan een standaard radiografie van de borstkas vragen. Als er een afwijking is, heeft hij een onderzoek met de CT nodig om te zien of het letsel goed- of kwaadaardig is. Met de scanner kan men eveneens aantonen of het letsel gepaard gaat met andere afwijkingen, bijvoorbeeld of de klieren zijn aangetast en of er botafwijkingen zijn. In de meeste gevallen vraagt hij om een punctie uit te voeren via fluoroscopie, echografie, endoscopie of via de CT scanner om het type kanker te bepalen dat moet worden behandeld. Hij kan eveneens verschillende beeldmodaliteiten gebruiken om de balans van de verspreiding van de tumor op te stellen.


ONZE SPECIFIEKE KENMERKEN

 

Om het hoge niveau in expertise en efficiëntie te bereiken waaraan het multidisciplinaire team dat zich met de zieken bezighoudt behoefte heeft, beschikken we over een goed uitgerust technisch plateau met spitsapparatuur. De groep beeldvormingsspecialisten die in deze entiteit werken, werkt zich voortdurend bij omdat de kennis en de technieken zeer snel evolueren. Het is eveneens belangrijk om te weten dat we over een beeldarchief met de ganse voorgeschiedenis van de patiënt beschikken en dat we op die manier beelden met elkaar kunnen vergelijken die op verschillende momenten van de ziekte zijn gemaakt, zodat we bijvoorbeeld de effecten van de behandeling kunnen evalueren.

Zowel voor radiologen als voor alle medische specialismen die met kanker worden geconfronteerd, zijn grote competentie en samenwerking binnen een multidisciplinair team absolute vereisten. Elke radioloog is gespecialiseerd in een bepaald orgaan, heeft daarover bijzonder veel kennis en besteedt er het grootste deel van zijn activiteiten aan.


ANDERE BIJDRAGEN VAN DE RADIOLOGIE

 

De gegevens afkomstig van onderzoeken met de MRI, CT scanner of PET CT kunnen worden aangewend om de behandelingen met radiotherapie te plannen. Deze onderzoeken geven namelijk een idee over de grootte en de aflijning van de tumor, en eventueel over woekerende klieren. Radiotherapeuten kunnen op die manier dosesprofielen maken om het te behandelen letsel beter te kunnen treffen.

Radiologie kan eveneens worden gebruikt als gids voor de radiofrequentie, een techniek die gebaseerd is op het inbrengen van een sonde in het getroffen orgaan om het tumorletsel radicaal uit te roeien.

Oncologische zorgcoördinatie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Coördinatie klinisch medisch onderzoek

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Dermatologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Endocrinologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Gastro-entérologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Gynaecologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Hematologie volwassenen

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Onco-hematologie kinderen

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Oogheelkunde

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Chirurgie orhtopédique et traumatologie de l'appareil locomoteur

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Oto-rhino-laryngologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Longziekten

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Stomatologie et chirurgie maxillo-faciale

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Urologie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Plastische chirurgie

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Wellness Center

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

Tumorbank

Onze deskundigen voor deze specialiteit »

 

Onthaal patiënten

accueil patients

Hier vindt u antwoorden op al uw praktische vragen over raadplegingen, behandelingen of verblijf in het Kankercentrum.

De verschillende tumortypes


Een afspraak maken

Trouvez les coordonnées de nos spécialistes.

Cliniques Universitaires St-Luc, Av Hippocrate, 10 - 1200 Bruxelles - Belgique | Tél: 02/764 11 11 | FAX: 02/764 37 03 | Waar vindt u ons?

2012 Centre du Cancer, Cliniques Universitaires St-Luc  -  Crédit photos - © Clin.univ.St-Luc / H. Depasse