Kankerchirurgie

De chirurgie bekleedt een doorslaggevende plaats in de behandeling van de meeste solide kankertumoren, die zo genoemd worden om ze te onderscheiden van kankers van bloedcellen zoals leukemie of lymfomen.
Ze moet aan twee eisen voldoen: enerzijds de tumor volledig wegnemen en anderzijds proberen om, indien mogelijk, de niet aangetaste organen of anatomische structuren te sparen om de levenskwaliteit zo goed mogelijk te behouden. Men moet bijgevolg volledig zijn maar vermijden om een te grote, verminkende beweging te maken die geen bijkomend voordeel voor de evolutie van de ziekte biedt. Deze dubbele doelstelling vormt tegenwoordig een grote uitdaging. Chirurgische spitstechnieken die in referentiecentra worden gebruikt, vragen om chirurgen die gespecialiseerd zijn in kanker en de chirurgie van kankertumoren, (oncologische chirurgie genoemd) en chirurgen die gespecialiseerd zijn in de reconstructie van organen, orgaandelen en weggenomen weefsels.
Kankerchirurgie is dus een op zichzelf staand specialisme dat expertise en onderhoud van de verworven competenties vereist. Dat is alleen mogelijk als de vaak delicate ingrepen regelmatig worden uitgevoerd. De verworven ervaring beïnvloedt de therapeutische resultaten die vaak beter worden naarmate de chirurg meer operaties uitvoert.
Voor en na operaties is een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk.
De indicatie en de uitvoering van een chirurgische kankerbehandeling hangen af van de kenmerken van de tumor, de agressiviteit, de verspreiding: niet alleen plaatselijk maar ook regionaal via het kliersysteem en de lymfevaten …Ze wordt op zichzelf uitgevoerd of in combinatie met andere behandelingsmodaliteiten.
Het is eveneens noodzakelijk dat de verschillende specialisten die betrokken zijn bij de diagnose en de behandeling van de ziekte hun kennis en observaties met elkaar delen voor er eventueel wordt geopereerd. Via deze multidisciplinaire benadering kan men voor iedere patiënt de meest geschikte gedragslijn bepalen. De geneesheren-specialisten bepalen welke plaats de verschillende therapeutische instrumenten zoals chirurgie, radiotherapie en medicijnen gaan innemen (chemotherapie, nieuwe moleculen…) en geven precies aan hoe deze instrumenten moeten worden gecombineerd.
Deze bijeenkomsten zijn eveneens noodzakelijk voor de onmisbare kwaliteitscontrole op de chirurgische behandeling: na de ingreep is het belangrijk om de kwaliteit van de uitsnijding te bepalen, of er geen microscopische sporen van kankercellen zijn achtergebleven en het belang van de woekering in de lymfeklieren. Deze beoordeling berust voornamelijk op de microscopische analyse die de anatoom-patholoog uitvoert. Ze bepaalt welke weg men na de operatie zal inslaan en of het nodig is om al dan niet met een bijkomende behandeling te beginnen.
De chirurgische behandeling van kanker is het resultaat van een multidisciplinaire benadering waaraan alle specialisten deelnemen die betrokken zijn bij de diagnose en de behandeling van de ziekte.
De chirurgie heeft voor elk anatomisch gebied bepaalde, specifieke kenmerken. Voor meer informatie kiest u een tumortype in de lijst hiernaast.

