Nucleaire geneeskunde
Nucleaire geneeskunde is een beeldvormingstechniek die heel nuttig is voor de diagnose van kankers en bij de evaluatie van hun verspreiding. Ze heeft eveneens een therapeutische dimensie.
VAN DIAGNOSE TOT BEHANDELING
De stofwisseling en de werking van kankercellen ondergaan wijzigingen. Daarom zijn ze, meer dan normale cellen, ontvankelijk voor radioactieve stoffen, ‘tracers’ genoemd, die bij patiënten worden ingespoten en daarna op de foto’s die in de nucleaire geneeskunde worden gemaakt, worden opgespoord.
Er bestaan veel verschillende tracers. Sommigen zijn conventioneel en worden courant op de dienst nucleaire geneeskunde van de meeste ziekenhuizen gebruikt, terwijl andere, meer specifieke tracers, over het algemeen alleen in referentiecentra beschikbaar zijn.
Nucleaire geneeskunde wordt eveneens voor therapeutische doeleinden gebruikt: sommige tracers zijn namelijk in staat om de kankercellen waaraan ze zich binden te vernietigen. Deze benadering wordt in nieuwe behandelingen aangewend.
De experts in nucleaire geneeskunde, die evenzeer betrokken zijn bij de diagnose als bij de therapie van talrijke kankers, nemen deel aan de multidisciplinaire bijeenkomsten waar, in functie van de kenmerken van de ziekte, de meest geschikte gedragslijn wordt omschreven. Ze proberen om voor elke soort kanker een strategie conform de meest recente wetenschappelijke gegevens te vinden.
DE TOEGEVOEGDE WAARDE VAN DE PET-SCAN
De scintigrafie is lange tijd het basisonderzoek geweest.
Bij een scintigrafie wordt in het organisme een tracer ingespoten die zich in een bepaald weefsel concentreert, bijvoorbeeld jodium voor de schildklier, fosfaat voor bot… Deze tracer zendt stralen uit die door een camera worden opgevangen. Naargelang het geval komen de afwijkingen tot uiting als een hyperfixatie of een hypofixatie van de radioactieve tracer.

Grote finesse in de diagnose
Met de PET-scan verkrijgt men zeer gedetailleerde driedimensionale beelden en informatie over de werking van de cellen.
Hij is niet alleen nuttig voor het opsporen van tumoren maar ook om hun verspreiding te evalueren. Hij beïnvloedt dus de strategie die voor de behandeling wordt aangenomen. Zo is de PET-scan bij longkanker efficiënter dan de conventionele scanner om een eventuele woekering van klieren in de nabijheid van het orgaan op te sporen. Dat is een belangrijke parameter omdat hij toelaat om de gegrondheid van een operatie aan te tonen zonder dat men daarvoor een beroep moet doen op een meer invasief evaluatie-onderzoek.
Evaluatie van de respons en de lokalisatie van herhalingen
De PET-scan maakt het mogelijk om de respons op de radiotherapie of chemotherapie sneller te evalueren. De impact van deze behandelingen op de omvang van de tumor wordt pas na enkele maanden duidelijk als die met de conventionele radiologie wordt beoordeeld, terwijl het effect op de werking van tumorcellen veel sneller optreedt. Bij lymfomen wordt de doeltreffendheid van de chemotherapie bijvoorbeeld reeds twee weken later geëvalueerd en kan men de behandeling desgewenst snel aanpassen. Deze eigenschap van de PET-scan wordt eveneens aangewend om de doeltreffendheid van nieuwe behandelingen te evalueren.
Kankerrecidieven worden vaak opgespoord door de concentratie merkers in het bloed te meten. Een verhoging van de merkers geeft echter geen enkele indicatie over de plaats van de recidief. Met de PET-scan is het mogelijk om de plaats van de recidief te vinden, ongeacht de plaats in het organisme en om uitzaaiingen op te sporen die niet in conventionele onderzoeken werden ontdekt, hetgeen eveneens de therapeutische strategie beïnvloedt.
Tenslotte helpt de PET-scan om het te bestralen volume beter te omschrijven als de tumor via radiotherapie wordt behandeld. De straling wordt preciezer op de tumor gericht en ontziet de gezonde omliggende weefsels. Het is dus mogelijk om hogere doses te gebruiken.
Consultez la fiche pratique du Pet-Scan.
TRACERVARIËTEITEN
In de nucleaire geneeskunde worden steeds meer geraffineerde tracers gebruikt die naargelang de onderzochte celwerking kunnen verschillen. De meest gebruikte tracer is fluor, gekoppeld aan een suikermolecule (om fluoro-deoxy-glucose of FDG te vormen). Deze tracer wordt traditioneel gebruikt voor opsporingen en spreidingsbilans en om de respons op de behandeling van kankers te evalueren.
We beschikken eveneens over acetaat dat met koolstof wordt gemarkeerd om de synthese van de celmembranen in levertumoren te evalueren, over met koolstof gemarkeerde methionine om de synthese van proteïnen in hersentumoren te beoordelen, sodium fluoride dat informatie geeft over botvorming,…
In ons centrum wordt er onderzoek gedaan naar verschillende nieuwe tracers waarmee men onder meer zones in tumoren zou moeten kunnen opsporen die onvoldoende zuurstof krijgen (deze zones bieden vaak weerstand tegen de behandeling) en de diagnostische benadering van prostaatkanker moeten kunnen verfijnen; traditionele tracers zijn bij deze ziekte namelijk niet erg efficiënt.
Hoewel de PET-scan al verschillende jaren bestaat, verhogen nieuwe tracers voortdurend de prestaties van het apparaat. Ze worden in referentiecentra ontwikkeld omdat daarvoor een ultramoderne infrastructuur en onderzoekseenheden nodig zijn.
Sinds maart 2000 werden er meer dan 11.000 onderzoeken uitgevoerd bij patiënten met diverse tumoren, voornamelijk tumoren aan de longen, spijsvertering en lymfen. In maart 2007 hebben we een nieuwe camera geïnstalleerd die een PET-scanner en een CT-scanner in een enkele machine samenbrengt. Dankzij de PET-CT kunnen we zowel genieten van de hooggevoeligheid inzake opsporingen van de PET-scan als van zijn capaciteit om precies de haarden te lokaliseren die de tracer opvangen, bijvoorbeeld om een biopsie of een behandeling te leiden.
De installatie van een PET-CT camera van de laatste generatie en de beschikbaarheid van meerdere tracers zorgen ervoor dat het Kankercentrum van het Universitaire Ziekenhuis Saint-Luc over een ultramodern diagnoseplatform voor de beeldvorming van kankers beschikt.

